Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gepleegd worden in eene candidaatstelling als bij de kieswet is gevorderd i).

5. Tot de geschriften die aan de wet hunne bewijskracht ontleenen behooren in de eerste plaats de koopmansboeken waaraan de wet ze, met afwijking van den regel dat niemand zich zeiven een bewijs scheppen kan, uitdrukkelijk toekent, en wel in het algemeen aan de boeken in art. 6 Wetboek van koophandel genoemd als behoorende tot de verplichte boekhouding van den koopman, daarenboven ingevolge art. 12 aan al de boeken in geval van rechterlijk bevel tot openlegging.

Er is een bepaald boek waarover reeds bij de schriftelijke behandeling van het wetboek verschil van gevoelen bestond tusschen de Commissie van Rapporteurs uit de Tweede Kamer en den Minister van justitie. De Commissie achtte namelijk de balans (art. 8 Wetboek van koophandel) niet, althans in den regel niet, een tot bewijs bestemd geschrift en oordeelde toch om de belangrijke rol die zij dikwijls vervult eene bepaling wegens valschheid in balansen noodig. De Minister van justitie verdedigde daarentegen de bewijskracht der balansen als behoorende tot het geheel der koopmansboeken dat door de wet als bewijsmiddel wordt erkend, zoodat ook elk onderdeel in de bewijskracht deelt.

Het resultaat was dat de Commissie, in het midden latende of balansen soms bewijskracht kunnen hebben en voor de gevallen waarin die er aan zou moeten worden toegekend de toepassing van art. 225 openlatende, een nieuw artikel (336) voorstelde en met instemming van den Minister aangenomen zag, volgens hetwelk in elk geval het opzettelijk openbaarmaken van onware staat en balans door kooplieden en bestuurders of commissarissen van naamlooze vennootschappen of coöperatieve vereenigingen wordt strafbaar gesteld'-).

Het verschil omtrent de bewijskracht der balans, nl. die welke in het register is ingeschreven, daar er anders geen koopmansboek is, bleef hierbij onopgelost. M. i. bestaat zij naar het Wetboek van koophandel niet. Het balansregister mag een koopmansboek zijn en als zoodanig onder art. 12 Wetboek van koophandel vallen, als verzamelstaat uit andere boeken getrokken mist de balans juist een zelfstandig bestaan en daarmede de kracht van een bewijsmiddel, waarvoor in de eerste plaats noodig zou zijn overeenstemming met de boeken waaruit zij getrokken is; maar juist dit vereischte maakt dat de

1) Rechtbank Haarlem 3 October 1901, I'. v. J. 1902, tio. 109; Rechtbank Zutfen, 7 Augustus 1901, Tijdschrift voor strafrecht XV, Rechtspr. bladz. 27.

2) Smidt II, eerste druk 2f>4 volg. en 543 volg., tweede druk 258 en 575.

Sluiten