Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. Het feitelijke gebruik van het valsehe stuk is voor liet misdrijf niet noodig maar kan op zich zelf een tweede misdrijf uitmaken. Het zou dus volkomen onverschillig zijn welk gebruik door den dader beoogd was indien niet nog een vereischte van strafbaarheid door de wet gesteld was, nl. dat uit dit gebruik, d. i. het door den dader beoogde gebruik, nadeel kan ontstaan.

Daarom dient vast te staan het bepaalde gebruik dat de dader zich voorstelde en de mogelijkheid van nadeel uit dat gebruik, niet slechts uit eenig gebruik in het algemeen voortvloeiende t).

De rechter moet dan ook steeds uitmaken waarin in concreto het mogelijke nadeel bestaat, tenzij dit uit de feiten zelf voortvloeit2).

Of er mogelijkheid van nadeel bestaat is eene geheel feitelijke vraag voor welker beantwoording, afgezien van de gevallen waarvan a priori te zeggen is dat de mogelijkheid onder alle omstandigheden is uitgesloten, geene algemeene regelen te stellen zijn. Alleen kan als beginsel worden aangenomen dat minder streng dan wanneer het geldt vast te stellen of een geschrift bestemd is tot het leveren van bewijs (zie aanteekening 3) moet worden te werk gegaan, en niet zoozeer naar eene wettelijke bestemming als wel naar de gevolgen die gemeenlijk aan het gebruik der geschriften verbonden zijn moet worden geoordeeld.

Zoo besliste de Hooge Raad dat het gebruik van eene acte van verkoop, waarin een te lage koopprijs vermeld is ten behoeve van ontduiking van registratierecht, mogelijkheid van nadeel voorde schatkist kan opleveren omdat die vermelding gewoonlijk tot grondslag van de berekening van het recht genomen wordt, al is zij niet bindend en kunnen de ambtenaren der registratie eenen anderen grondslag aannemen 3).

Evenzoo mag de gemakkelijkheid van ontdekking der valschheid, die uitzicht geeft op voorkoming van werkelijke benadeeling, niet eene reden zijn van verwerping van mogelijkheid van nadeel. De ontdekking is toch altijd onzeker, hoe waarschijnlijk ook, zoodat de mogelijkheid van nadeel niet is uitgesloten.

In het algemeen kan een gunstige keer van omstandigheden, die ten slotte het nadeel voorkomt, geenen invloed hebl>en; de mogelijk-

1) Hooge Raad 17 Januari 1898, Wbl. 7075, 1'. v. J. 1898, uo. 10, vgl. iio. 82; 11 April 1899, Wbl. 7268, I'. v. J. 1899, no. 33, vgl. Wbl. 7200, I*. v. J. 1899, no. 10; zie ook 24 October 1898, Wbl. 7195, I'. v. J. 1898, no. 92, vgl. 98.

-) Hooge Raad 8 Juni 1897, Wbl. 0981, P. v. J. 1897, uo. 53; vgl. 15 Juni 1903, Wbl. 7943, P. v. J. 1903, no. 209.

3) Arrest van 14 Maart 1898, Wbl. 7098, P. v. J. 1898, no. 20.

Sluiten