Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo zijn er vele voorbeelden, en wanneer dan de wet spreekt van de acte waarbij eene schenking wordt gedaan, de acte van oprichting eener vennootschap, dan spreekt zij voorzeker van acten waaruit de handelingen blijken.

Evenzoo is het met overeenkomsten bij authentieke acten aangegaan ook al is de authentieke vorm niet voorgeschreven.

Wanneer van eene overeenkomst van koop eene notarieele acte is opgemaakt dan bewijst die acte niet slechts dat twee personen eenige verhalen hebben gedaan over zekeren koop maar dat die koop werkelijk gesloten is. Of zou men denken dat het partijen ook hier slechts te doen was geweest om tegenover elkander het bewijsmiddel van buitengerechtelijke erkentenis te scheppen in stede van zich eenen titel te verschaffen, geldig tegenover iedereen?

Indien mén met den Hoogen Kaad wilde aannemen dat de acte van vennootschap niets bewijst dan dat den notaris eenige mededeelingen omtrent de oprichting eener vennootschap zijn gedaan 1), dat een notarieel koopcontract vermeldende den koopprijs de overeenkomst omtrent dien prijs niet constateert 2), dan is er geene authentieke acte van dezen aard meer denkbaar waartegen niet is aan te voeren: de ambtenaar relateert slechts dat hein iets verteld is, en de acte kan niet meer dan dit doen blijken. De consequentie is: art. 227 is eene doode letter.

Men heeft in het algemeen te vragen: tot het leveren van welk bewijs is eene acte hetzij krachtens uitdrukkelijke wetsbepaling hetzij uit hare op de wet gegronde beteekenis bestemd?

Ter beantwoording van de vraag welke bijzondere feiten door eene bepaalde acte bewezen worden heeft men dan voorts de essentialia der acte na te gaan.

Zoo zal eene geboorteacte de geboorte, eene overlijdeusacte het overlijden, met tijd en plaats, bewijzen omdat zij wettelijk daartoe bestemd zijn (vgl. art. 126 Burgerlijk, wetboek). Daarentegen dient de geboorteacte niet tot bewijs van het bestaan van een huwelijk tusschen de ouders; wel bewijst zij volgens art. 316 de afstamming van wettige kinderen en in zooverre ook het geslacht van vaders- en van moederszijde waartoe zij behooren ingevolge het huwelijk der ouders, maar

!) Arrest van 24 December 1894, Wbl. 6600, P. v. J. 1894, no. 20.

2) Arrest van 19 Maart 1888, Wbl. 5533, P. v. J. 1888, no. 41.

Alleen bij deze opvatting van den Hoogen Raad is ook mogelijk de uitspraak: bij eene acto van koop en verkoop wordt opgave van den koopprijs niet gevorderd. Inderdaad, indien de acte niets omtrent het bestaan der overeenkomst bewijst, is geene enkele vermelding noodig.

Sluiten