Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klaring omtrent eigene hoedanigheden of omstandigheden valt niet onder art. 225 omdat zij noch bestemd is tot bewijs van eenig feit te dienen noch bron van recht is. De valsche verklaring omtrent eigene aangelegenheden is eenvoudig niet strafbaar gesteld, en zulks volkomen terecht omdat zij uit haren aard geen vertrouwen wekkend geschrift kan zijn.

Daarentegen kan een geschrift een getuigschrift zijn en toch in de termen van art. 225 vallen wanneer het tengevolge van bijzondere bepalingen als bewijsstuk beschouwd moet worden en uit het gebruik nadeel kan ontstaan, bijv. bij recht op eenige uitkeering uit de fondsen eener vereeniging i).

2. Met betrekking tot den vorm van het getuigschrift zal ook thans nog toepassing vinden de beslissing van den Hoogen Raad dat het wezen van een geschrift als getuigschrift door den inhoud wordt bepaald en de vorm onverschillig is 2).

3. In de bepaling van het gebruik waartoe het getuigschrift moet dienen is tusschen het verkrijgen van eene indienststelling en het opwekken van hulpbetoon eenigszins zonderling het zeer immaterieele opwekken van welwillendheid geraakt. Men heeft hier overgenomen de onderscheidingen van art. 1G1 Code pénal doch in een verband waarin zij minder wenschelijk schijnen; terwijl daar gesproken wordt van getuigschriften die geschikt zijn om welwillendheid op te wekken en dan nog opdat die welwillendheid zich in eene bepaalde richting zal openbaren, dus van eene eigenaardigheid der geschriften onafhankelijk van het gebruik dat er van gemaakt wordt, treedt hier juist het gebruik op den voorgrond, en het wetboek gaat nog iets verder dan de Code pénal dooi' reeds strafbaarheid aan te nemen wanneer slechts bedoeld is het opwekken van eene welwillende stemming.

De ver strekkende gevolgen blijken uit een vonnis der Rechtbank te Groningen waarbij eene dienstbode veroordeeld werd wegens overlegging van een valsch certificaat nadat zij reeds was ingehuurd, al zoo niet om indienstneming te bevorderen maar enkel om hare nieuwe meesteres eenen goeden dunk van haar te geven; eene beslissing die niet met de wet in strijd is 3).

4. Over het verband tusschen de strafbaarheid van den falsaris en die van den gebruiker zie aanteekening 3 op art. 209 en 3 op art. 221.

!) Polenaar en Heemskerk, aanteekening 1.

2) Arrest van 10 Mei 1875, Wbl. 38(12, 1'. v. J. 1875. no. (i en 7.

3) Vonnis van 24 December 1887, Tijdschrift voor strafrecht II, bladz. 468.

Sluiten