Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vader van het gedurende zijn huwelijk geborene of verwekte kind. Daarom kan overspel van de vrouw geene handeling zijn die verduistering van staat oplevert; ook het in overspel verwekte kind voert steeds, behoudens de bevoegdheid tot ontkenning van de wettigheid, den staat dien de wet toekent.

Overigens kan onderschuiving van een kind, het rooven en elders bijv. als vondeling weder doen verschijnen, met of zonder verwisseling met een ander kind, zoowel als valschheid ten aanzien van eenige acte van den burgerlijken stand het misdrijf opleveren.

In elk geval moet eene persoon het object van het misdrijf zijn; het doen opmaken van eene valsche geboorteacte bijv. zonder dat men ook werkelijk een kind voor het aangegevene doet doorgaan, kan geene verduistering van staat zijn; waar geene afstamming is kan geene afstamming onzeker worden; hier is dus uitsluitend valschheid.

3. De vervolging wegens verduistering van staat is naar de bepaling van art. 323 Burgerlijk wetboek afhankelijk van het bestaan van een hetzij slechts aangevangen hetzij ten einde gebracht civiel geding betreffende die verduistering. De schorsing der strafvervolging (zie art. 73, aanteekening 2) geldt echter alleen wanneer het gepleegde feit niets anders is dan eene verduistering van staat, en er geen ideëele samenloop met een ander misdrijf bestaat. In het bijzonder wordt in de Memorie van toelichting van eenen samenloop met valschheid in geschrift gezegd dat art. 323 ook wegens'de onschendbaarheid der registers van den burgerlijken stand de rechtsvordering te dier zake tot toepassing van de strafbepalingen van art. 225 en volgende niet beheerschen mag. En terecht; moge iemands staat als betreffende zijn bijzonder belang slechts in de eerste plaats den belanghebbenden tot voorziening kunnen aanleiding geven en de publieke actie aan de private daarom ondergeschikt zijn, wanneer tevens een ander misdrijf gepleegd is behoort de vervolging deswege, die op zich zelve den staat onaangetast laat, niet belemmerd te zijn.

Bij een arrest van 18 Mei 18881) schijnt de Hooge Raad intusschen een ander gevoelen te hebben uitgesproken. Dit arrest betreft het doen opmaken van eene valsche geboorteacte, gevolgd op onderschuiving van een kind. De Hooge Raad beslist dat deze feiten zoozeer met elkander in verband staan dat de valschheid niet bewezen kan worden zonder dat tegelijk beslist wordt dat er verduistering van staat is gepleegd. De beslissing wordt wel beperkt tot het concrete geval, maar ik zie niet in dat het geval zich anders kan voordoen.

1) Wbl. 5564, P. v. J. 1888, no. 78.

Sluiten