Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iemand te goeder trouw, de formaliteit van art. 276 Burgerlijk wetboek ten aanzien van het vonnis van echtscheiding verzuimd hebbende, een nieuw huwelijk aangaat i).

De Minister ziet ,,den dolus juist hierin dat iemand een huwelijk ,,aangaat zonder zich te hebben verzekerd dat liet vroegere huwelijk „ontbonden of nietig verklaard is", dus juist in hetgeen naar liet ontwerp de schuld van het opzet onderscheidde. Deze opvatting, die in verhand gebracht moet worden met des Ministers meening omtrent het eigenaardige karakter, het voorwaardelijke, van het opzet bij bigamie, komt mij onjuist vóór als de grenzen van het opzet te ver uitzettende; zie deel I, bladz. 4, aanteekening 3.

5. Naar het tweede lid kan zwaarder gestraft worden hij die opzettelijk, een dubbel huwelijk aangaande, aan de wederpartij zijnen gehuwden staat verzwegen heeft.

liet woord verzwijgen is niet geheel juist gekozen voor het gewilde begrip. Men zou er uit kunnen afleiden dat de verzwaarde straf alleen van toepassing is wanneer over het vroegere huwelijk in het geheel niet is gesproken; er moet echter blijkbaar ook onder gebracht worden elk brengen van de wederpartij in de meening dat er geen huwelijk bestaat.

6. Vermits het misdrijf bestaat in het aangaan, het doen voltrekken van het dubbele huwelijk, is er voor poging slechts weinig ruimte. Bijna al wat aan de uitspraak van den ambtenaar van den burgerlijken stand voorafgaat valt onder het begrip van voorbereidende handelingen omdat voor de voltooiing niets behoeft ongedaan gemaakt te worden; men behoeft, zelfs na de verschijning vóór den ambtenaar van den burgerlijken stand, slechts met het eenmaal aangevangene niet voort te gaan om de huwelijksvoltrekking onmogelijk te maken-).

Eerst wanneer de verklaring dat partijen elkander tot echtgenooteu aannemen is afgelegd kan eene lijdelijke houding de huwelijksvoltrekking niet meer voorkomen en zal bij verhindering door bijkomende omstandigheden poging bestaan 3).

7. Voor de bijkomende straf zie ook art. 30 no. 2.

Na do invoering der wet van 12 Mei 1902, Stbl. 01, wordt hier in plaats van artikel 28 no. 1—5 gelezen: artikel 28 no. 1—4.

1) Smult II, oorsto druk 270, tweede druk 270, vgl. I, eerste druk 75, tweede druk 83.

2) Hooge Raad 13 December 189!», Wbl. 7392, F. v. J. 1900, no. 3. ") Zie Polenaar en Heemskerk, aanteekening 5.

Sluiten