Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van tafel en bed, den overspelige en den medepleger bevrijden van de vervolging, evenals eene nietigverklaring van liet huwelijk of eene ontbinding door echtscheiding op vordering van den overspeligen echtgenoot, ofschoon eigenlijk door geene dezer omstandigheden de strafbaarheid van overspel behoefde uitgesloten te zijn.

De scheiding onderstelt het bestaan van een, zij het ook voor vernietiging vatbaar, huwelijk. Is nu de beklaagde ontvankelijk in hot verweer dat er wel een vonnis van echtscheiding bestaat maar dat dit ten onrechte gewezen is omdat er feitelijk nooit een huwelijk geweest is'? Ja; alleen de gehuwde kan overspel plegen, en de echtscheiding berust wel op de onderstelling dat er een huwelijk was maar kan liet huwelijk niet bewijzen.

10. In liet strafgeding kan het vonnis van scheiding enkel bewijzen dat de voorwaarde voor de ontvankelijkheid der vervolging vervuld is. maar geenszins strekken tot bewijs van het overspel; liet misdrijf moet naar de gewone regelen bewezen worden.

Aan de andere zijde komt in het strafgeding de vraag of het civiele vonnis wel terecht gewezen is niet meer te pas. Een beroep op verzoening bijv. kan niet meer afdoen wanneer het in foro civili öf niet gedaan of afgewezen is.

11. In liet amendement door de Commissie van Rapporteurs bij de behandeling der novella ingediend, zooals het oorspronkelijk in het verslag werd opgenomen, werd gezegd dat art. 73 van liet wetboek op het geding tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed toepasselijk zou zijn. Bij de nadere formuleering echter werd de hiertoe betrekkelijke zinsnede weggelaten omdat, zooals in het midden werd gebracht door het lid der Commissie dat het amendement verdedigde, de toepasselijkheid van art. 73 reeds van zelf vaststaat. De Commissie scheen toen van oordeel dat art. 73 zoowel op de questions préjudicielles a 1'action slaat als op de questions préjudicielles au jugement. Deze meening bleef niet zonder bestrijding maar het geschilpunt kwam toen niet tot oplossing 1).

Het komt mij vóór dat de Commissie in hare opvatting dwaalde. Met zoovele woorden was toch in de toelichting op art. 73 gezegd dat het alleen betrekking heeft op de questions préjudicielles au jugement; wel werd toen in het kamerverslag de opmerking gemaakt dat de redenen voor de beperking der toepasselijkheid van hot artikel

') Smult eerste druk V, 53 en volg., tweede druk 1, 299 en volp.

29*

Sluiten