Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgegeven betwistbaar zijn, maar er is geenszins betwijfeld dat de beperkte opvatting van het artikel 7.6o als het geschreven is de ware is.

Art. 73 is dus niet van toepassing, en zoo vóór beëindiging van het scheidingsproces zes jaren sedert het plegen van liet overspel verloopen zijn, is de verjaring der vervolging volbracht.

12. Voor de bijkomende straf zie art. 251.

Artikel 242.

Hij die door geweld of bedreiging met geweld eene vrouw dwingt met hem buiten echt vleeschelijke gemeenschap te hebben, wordt, als schuldig aan verkrachting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.

1. De op eene vrouw aangewende dwang tot het toelaten van vleeschelijke gemeenschap buiten echt vormt het hier strafbaar gestelde misdrijf.

Van medische zijde is wel de opmerking gemaakt dat verkrachting in zooverre niet mogelijk is als eenerzijds bij bepaalden onwil der vrouw de man in den coitus niet slagen kan, anderzijds op zeker oogenblik de vrouw feitelijk geenen tegenstand meer biedt omdat door de nauwe aanraking der geslachtsdeelen de geslachtsdrift daartoe te veel is opgewekt.

Voor zoover die opmerkingen zich tegen ons artikel richten hebben zij weinig beteekenis. Hier wordt toch niet strafbaar gesteld het met geweld hebben van vleeschelijke gemeenschap (zooals bij art. 331 Code pénal, waaronder zoowel het als noodig onderstelde geweld bij gemeenschap met een zeer jong meisje als het geweld als dwangmiddel wordt gebracht), maar het door geweld dwingen tot toelating daarvan. Het geweld is het middel tot dwang, het middel waardoor de tegenstand gebroken wordt. Indien het dus öf de vrouw in zoodanigen staat van uitputting brengt dat tegenstand omdat de krachten haar begeven haar niet ineer mogelijk is öf haren wil breekt omdat niettegenstaande de gebodene tegenweer de aanraking der geslachtsdeelen plaats vindt en dientengevolge de tegenstand ophoudt, dan blijft toch altijd het feit bestaan dat zij door het geweld gedwongen is geworden toe te laten wat zij zou hebben willen tegengaan ')•

Beter ware trouwens geweest zoo hier van dulden en niet van hebben van vleeschelijke gemeenschap gesproken was.

1) Rechtbank Groningen 18 Maart 1897, 1'. v. J. 189/, no. 69.

Sluiten