Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is te last gelegd dat hij eene vrouw heeft gedwongen tot vleeschelijke gemeenschap ot de coitus niet bewezen kan worden veroordeeling wegens feitelijke aanranding der eerbaarheid (art. 216) is uitgesloten.

Nu is het toch duidelijk dat vleeschelijke gemeenschap buiten echt ook eene ontuchtige handeling is. I)e ware opvatting is dus deze dat ontucht en ontuchtige handelingen synoniemen zijn, aanduidende het genus waarvan vleeschelijke gemeenschap buiten echt eene species is, die onder zekere omstandigheden zwaarder of met uitsluiting van de overige species gestraft wordt l).

Dit denkbeeld ligt m. i. ook ten grondslag aan den aanhef der toelichting op ait. 242, waar reden gegeven wordt van de zwaardere strafbepaling op vleeschelijke gemeenschap. Bij bewijsbare gemeenschap moet de straf zwaarder zijn, en alleen daarom is de strafbepaling gesplitst in tegenstelling met art. 331 Code pénal, waarbij de verkrachting en andere feitelijkheden tegen de eerbaarheid in éene strafbepaling worden begrepen. Dit onderscheid, waarbij de gemeenschap ook tot de aanrandingen der eerbaarheid gerekend wordt, is niet alleen niet losgelaten, maar wordt juist op den voorgrond gesteld. Meer afdoende nog is de toelichting op art. 246 waarin met zoovele woorden de gemeenschap tot de ontuchtige handelingen gerekend wordt.

Toen den Minister nu gevraagd werd waarom in art. 250 van ontucht, in art. 249 (267 van het ontwerp) van ontuchtige handelingen gesproken werd, had hij niet in het laatste maar in het eerste artikel eene wijziging moeten brengen.

En duidelijker, in elk geval gemakkelijker voor de toepassing van de wet ware het zeker geweest indien daar waar het plegen van ontuchtige handelingen of het brengen daartoe strafbaar wordt gesteld, en waar zwaardere strafbepaling noodig werd gerekend voor vleeschelijke gemeenschap, gezegd was dat ingeval de ontuchtige handelingen bestaan in vleeschelijke gemeenschap, de straf verzwaard wordt.

3. Door het voorgaande is de bestaanbaarheid van poging tot verkrachting niet uitgesloten; wat materieel ontuchtige handeling is in tegenstelling tot vleeschelijke gemeenschap kan door het speciale voornemen gericht op voltooide gemeenschap poging tot deze zijn.

4. De strafbaarheid is beperkt tot het geval dat de dader dwingt tot gemeenschap met hem zeiven. Deze beperking is zeer af te keuren als leidende tot straffeloosheid in die gevallen van deelneming waarin

1) Vleeschelijke gemeenschap in echt kan natuurlijk nooit eene ontuchtige handeling zijn.

Sluiten