Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het woord verleiden heeft in het algemeen de bet eekenis van tot iets kwaads brengen, zonder dat daartoe bepaalde middelen worden gevorderd, en er is m. i. geene reden om hier cene meer beperkte heteekenis aan te nemen.

Het woord heeft echter ook nog eene bijzondere heteekenis voor zooverre het in verband gebracht wordt met het ten val brengen van eene onbesprokene vrouw: een meisje of eene vrouw wordt gezegd verleid te zijn wanneer zij voor den eersten keer is overgehaald tot vleeschelijke gemeenschap buiten echt, maar dan is verleiding ook alleen de daad van hein die ten eigenen bate eene vrouw overhaalt, den verleider.

Ook deze meer beperkte beteekenis kan hier aan het woord niet worden gegeven. In dien zin wordt toch niet gesproken van het brengen tot andere ontuchtige handelingen dan de vleeschelijke gemeenschap, en ook niet van het brengen tot gemeenschap met eonen derde.

Alzoo moet aan verleiden de meest uitgebreide beteekenis van iemand tot iets kwaads brengen gehecht worden. De verleiding in engeren zin wordt strafbaar gesteld bij art. 245.

Ten overvloede volgt een en ander nog hieruit dat de verleiding zoowel op mannelijke als op vrouwelijke personen gericht kan zijn.

Of dit echter wel bedoeld is? Het kiezen van den leeftijd van zestien jaar, de grens der anni dubii, en den leeftijd waarop volgens liet Burgerlijk wetboek de vrouw een huwelijk kan aangaan, in tegenstelling niet den man die achttien jaar oud moet zijn, doet vermoeden dat men bij dit artikel meer in het bijzonder aan de vrouw gedacht heeft.

Men heeft hier wellicht een voorbeeld van niet geheel doordacht wijzigen van het oorspronkelijke ontwerp, eene wijziging die het systeem niet onaangetast heeft gelaten. Terwijl ieder zonder onderscheid strafbaar is wegens vleeschelijke gemeenschap met eene vrouw of een meisje beneden zestien jaar, dus ook de jongen beneden dien leeftijd, wordt deze hier toch beschermd tegen verleiding ook tot dat misdrijf; wanneer die bescherming niet voldoende is wordt hij niet alleen object, maar ook dader van een misdrijf.

2. Ook bij dit artikel is niet noodig dat degene tegen wien het misdrijf gepleegd wordt bewustheid heeft van den aard der handelingen die hij verricht of die aan hem verricht worden. Wijst het woord verleiden al op brengen tot iets verkeerds, dat verkeerde behoeft slechts objectief verkeerd te zijn; het artikel bevat geen enkel woord waardoor inzicht zou gevorderd zijn.

H. Wetenschap omtrent den leeftijd is hier evenmin noodig als bij art. 244, zie aantcekening 2 op dat artikel.

Sluiten