Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Kan de persoon tegen wie liet misdrijf gepleegd wordt gestraft worden wegens deelneming, hetzij als mededader hetzij door het geven van gelegenheid tot het plegen? De vraag werd bij de beraadslagingen bevestigend beantwoord door Mr. van de Werk, zonder dat men verder daarop is ingegaan i).

De door dit kamerlid uitgesprokene meening komt mij onjuist vóór. Mededader kan de minderjarige (en van dezen is alleen sprake) reeds niet zijn omdat niet hij ontucht pleegt met eenen minderjarige, wat voor het misdrijf noodig is, maar ook niet medeplichtige daar het een misdrijf geldt, tegen hem zeiven gepleegd, dat voor hem geen misdrijf is 2).

Alleen wanneer twee minderjarigen ontuchtige handelingen met elkander plegen kunnen beide strafbaar zijn omdat zij met eenen minderjarige het feit plegen; alleen de verleide onder hen zal straffeloos blijven.

5. Voor de bijkomende straf zie art. 251: over de strafverzwaring art. 24S.

Artikel 248.

Indien een der in de artikelen 243 en 245—247 omschreven misdrijven zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren opgelegd.

Indien een der in de artikelen 242—247 omschreven misdrijven den dood ten gevolge heeft, wordt gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren opgelegd.

1. De strafverzwaring wordt hier op de misdrijven van art. 242—247 toepasselijk verklaard wanneer zij den dood ten gevolge hebben; is zwaar lichamelijk letsel het gevolg dan kan zij geene toepassing vinden op de misdrijven van art. 242 en 244.

Waarom dit alzoo geschied is wordt nergens verklaard.

Het maximum der straf bij verzwaring wegens zwaar lichamelijk letsel stemt wel overeen met dat bij verkrachting en vleeschelijke gemeenschap met een meisje beneden twaalf jaar, eti de wetgever heeft dus de door het gevolg verzwaarde misdrijven even ernstig

') Smult II, eerste druk 307, tweede druk 315.

2) Zie J. I'. van Kossuin in Tijdschrift voor Strafrecht XII, bladz. 23, en het naschrift van G. A. v. H.

Sluiten