Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot de personen die slechts opzicht uitoefenen behooren allen die krachtens overeenkomst of afspraak de zorg voor het kind dragen, zoo ook de moeder welke met goedvinden van den vader die de ouderlijke macht uitoefent het kind bij zich heeft, hetzij bij feitelijke scheiding tusschen de ouders, hetzij ten gevolge van de schikkingen, bedoeld in art. 292 Burgerlijk wetboek.

De Memorie van toelichting brengt nog onder hen die gezag uitoefenen diengene der ouders of den derde aan wien in geval van echtscheiding of scheiding van tafel en bed het kind ingevolge rechterlijke beschikking is toevertrouwd. Mij komt dit onjuist vóór; door de rechterlijke beschikking wordt den vader niet het gezag ontnomen, maar dat wordt slechts verkleind ten aanzien van bepaalde onderwerpen waarin het zich anders zou doen gelden.

6. Voor de bijkomende straf zie art. 30 2°.

Artikel 254.

Mishandeling van een dier wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste honderd twintig gulden.

Indien het misdrijf in het openhaar gepleegd wordt, wordt gevangenisstraf van ten hoogste vier maanden ol' geldboete van ten hoogste honderd twintig gulden opgelegd.

Indien tijdens het plegen van het misdrijf nog geen twee jaren zijn verloopen sedert eene veroordeeling van den schuldige wegens gelijk misdrijf onherroepelijk is geworden, kan de gevangenisstraf met een derde worden verhoogd. I'oging tot dit misdrijf is niet strafbaar.

1. Toen bij de vaststelling van het wetboek de materie der dierenmishandeling aan de orde kwam heeft men zich in allerlei afdwalingen begeven door behandeling van vragen betreffende de waarde der vivisectie, de rechten der dieren, de dankbaarheid die men aan getrouwe huisdieren verschuldigd is, naar mate van de gemoedelijkheid der sprekers meer of minder op den voorgrond gesteld en in de eene of de andere richting beantwoord.

Do ontwerpers waren te dien aanzien niet geheel zonder schuld. Toen zij mishandeling definieerden als „door eenige daad aan een ander opzettelijk lichamelijk leed toebrengen", verloren zij uit het oog dat men iemand „lichamelijk leed" kan toebrengen en zulks op-

Sluiten