Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te veel. In deze aangelegenheid, waarin wij ten achteren zijn, is, dunkt mij, niets minder geraden dan de krachten en kapitalen te verspreiden, maar integendeel noodig die te concentreeren, liet verkeer eerst op eenige hoofdlijnen samen te trekken, en af te wachten welke nieuwe behoeften zich daaruit zullen ontwikkelen. Deze zullen niet uitblijven, maar men kan ze bij den aanvang van het werk niet volkomen voorzien, althans niet zóó, dat eenige spekulatie, eenige berekening daarop zou kunnen worden gegrond.

Ik heb wel eens, Mijnheer de Voorzitter, ervaren jagers hooren zeggen, dat bij het opgaan van eene vlucht patrijzen, de beginnende jager, die op allen te gelijk schiet, juist daarom niet een enkele treft. Hetgeen men met betrekking tot spoorwegcommunicatiën in dit land verlangt, behoort men bij gedeelten tot stand te laten komen, gedeelten, waaruit, met bijvoeging van andere, langzamerhand een net kunne worden. Men moet ook hier den gang der natuur volgen, die uit kleine beginselen groot laat worden. Eerst den stam en daarna de takken. Sommige onzer provinciën zijn thans met straatwegen overdekt, waar, niet zeer vele jaren geleden, geen straatweg of slechts een enkele gevonden werd. Ik herinner Friesland. Wanneer men toen, in stede van één weg te leggen, een plan van wegen had willen maken zooals zij werkelijk nu er liggen, hoever zou men gekomen zijn?

In dit opzicht drukt de zoogenaamde orde van den dag van het geachte lid uit Almelo wel mijn denkbeeld uit. Ik wensch dat ons bepaalde, rijpe, uitvoerbare plannen van hoofdlijnen worden voorgelegd, ingeval geldhulp van staatswege noodig is. Ook zoo die hulp niet noodig mocht zijn, zal toch hoogst waarschijnlijk dergelijk ontwerp in de Kamer worden gebracht, ten behoeve van onteigening. Denkelijk zal er dus tweeërlei gelegenheid zijn om over de richting onze meening te zeggen. Ik geloof echter dat het de zaak van het Gouvernement is, de richting vooraf zoo af te bakenen, dat op hare juistheid alle bedenkingen afstuiten. Zoo de richting eerst omschreven moet worden in eene Vergadering als deze, zoo men hier den strijd oproept over al die partikuliere belangen, bij den weg betrokken, zoo men in verzoeking brengt, om lokaliteiten te vleien, ik geloof niet, dat uit zulke discussie een degelijk werk te wachten is.

Subsidie. Dit is het vierde punt, doch dat ik slechts even aanroer, om daarop vooral eene nadere overweging van het Gouvernement te verzoeken. Ik voor mij blijf tot dusver, totdat ik beter ingelicht zal zijn, van meening, dat, voor zooveel subsidie noodig zal zijn, een minimum van rente te waarborgen het beste middel is. Wat toch kan alleen het doel zijn van subsidie aan spoorwegondernemingen te verleenen van de zijde van den Staat, die zelf spoorwegen noch wil aanleggen, noch wil exploiteeren? Geen ander dan dit: de partikuliere kapitalen aan te trekken. En nu vraag ik, of er eenig middel bestaat, zóó vermogend als die waarborg, om kapitalen

Sluiten