Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toereiken — eene nieuwe aanvrage van f 60,000 te doen. Ik kan dit geenszins goedkeuren; en het is met mijne motie lijnrecht in strijd. Ik verlang dat men een begin make met die lijn van algemeen belang, waarvoor het meeste is verricht, waar men van de zijde der aanstaande ondernemers de meest spoedige en degelijke uitkomsten kan tegemoet zien.

Volgens den Minister „was dat geld noodig om een onderzoek in te stellen." Ook dat zie ik niet in. Wij hebben die som toegestaan omdat wij de Regeering op geenerlei wijze iets wilden weigeren, dat haar kon aanzetten om voort te gaan. De regeering had echter in vorige jaren, en ook in dit jaar kunnen doen onderzoeken uit andere gelden, die steeds te harer beschikking zijn. Waren die gelden niet voldoende, dan kon men eene nieuwe som aanvragen, maar nimmer behoefde het onderzoek op het toestaan van die f 60,000 te wachten.

Nog eene enkele opmerking over de aansluiting met den vreemde; — een punt ook door den spreker uit Leeuwarden (den heer Dirks) aangeroerd. Ik heb dat, gelijk vele andere, eerst laten liggen omdat de publieke controle over hetgeen gezegd heeft, wel volgen zal en mij dit onderwerp voor het oogenblik niet het meest dringende voorkwam, althans niet vergeleken met de groote zaak.

Ik heb bij het doen der interpellatie herinnerd, dat de Regeering van Hannover vroeger zeer genegen was om te Leer aan te sluiten, doch, na een verdrag over den spoorweg van Munster met Pruisen verklaard had, dat zij eene aansluiting te Leer niet kon toestaan, dan nadat van Nederlandsche zijde te Rheine ware aangesloten. Men moest dit aan Pruisischen invloed toeschrijven. Thans hoort men, dat van Pruisische zijde bezwaar wordt gemaakt tegen eene aansluiting te Rheine. Dit had ik gewenscht opgehelderd te zien.

Over aansluiting in het algemeen sprak de Minister zoo, alsof het daarbij alleen of voornamelijk op het correspondeeren der rails en uren aankwame. Dit zijn gewichtige punten, maar mij was het om eene andere hoofdzaak te doen. Beantwoorden onze internationale lijnen aan hare bestemming, groote handelswegen te zijn? Een voorbeeld ontleen ik aan den spoorweg, die uit het Tolverbond naar Bremen leidt. Wat gebeurt daar? Men voert groote hoeveelheden van goederen naar Bremen, om die aldaar, op uitgetrokken monsters, te verkoopen, en hetgeen niet verkocht wordt, keert tolvrij, ten gevolge van eene bijzondere inrichting van het spoorwegvervoer, binnen de grenzen van het Tolverbond terug. Ziedaar wat men behoeft. Wanneer onze wagens opgehouden worden te Emmerik, wanneer op één dag 150 wagens van boven en 100 van hier komen, dan is het van geene spoorwegdirectie noch douanenbureau te verlangen, dat de noodige formaliteiten in één dag worden vervuld. Die formaliteiten zouden juist daar niet moeten worden vervuld waar zij het meest belemmeren; men moet de wagens kunnen laten doorgaan om ze,

Sluiten