Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik was verrust, schoon ik zelf wellicht de rekening had kunnen opmaken. Misschien is het mij ook wel vroeger gezegd, maar het was mij ontgaan, en zoo was nu de indruk dubbel sterk. Ik onderstel, dat die nota juiste opgaven bevat, en dan zie ik dat een blad, hetwelk f 33 in het jaar aan abonnementsprijs kost, f 15.11 aan zegelrecht betaalt, dat is, ten naasten bij, 46 percent. Een ander blad van kleiner formaat betaalt, bij een prijs van 28 of 29 gulden, f 13.2S aan zegel, of 37 ten honderd; een derde grooter formaat 66 percent. Gemiddeld betaalt een dagblad bij ons aan zegelrechten tusschen een groot derde en de helft van zijn abonnementsprijs, eene som meer naderende tot de helft, dan tot het derde.

Dat recht is eene belasting op het schrijven en lezen. Mijnheer de Voorzitter, ik spreek tot een Minister van een „liberaal Bestuur", en heb dus niet noodig over de beteekenis en de bestemming der dagbladen uit te weiden. Dagbladen worden door Regeeringen niet altijd met het rechte oog beschouwd; zij zien meestal in couranten eene belemmering, zoo niet erger. De Minister van Financien is gedurende de laatste vijfjaren in de gelegenheid geweest om anders, dan dikwijls de Regeeringen doen, de waarde en verdiensten van dagbladen te kunnen schatten.

Wat mij betreft, ik verschil zeker niet in gevoelen van anderen, die wel zouden wenschen dat de dagbladen soms iets anders, iets meer waren dan zij zijn: doch het is, wanneer het eene belasting op het schrijven voor het groote publiek geldt, de vraag niet, wat dagbladen soms zijn, maar wat zij behooren te wezen. En nu is het onmogelijk, dat er tusschen mij en den Minister verschil besta, wanneer ik beweer, dat de dagbladen waardige organen van de openbare meening, hoofdgeleiders van politieke ontwikkeling en beschouwing behooren te kunnen zijn. Zijn dagbladen van tijd tot tijd — helaas te dikwijls —• de weerklank van populaire hartstochten, zij kunnen ook de stem worden van de nationale rede. Dagbladen zijn bovenal eene bron van algemeene onderrichting. Voor de grootste massa der burgerij zijn zij het eenige middel van gemeenschap met hetgeen buiten elks huiselijken kring in de wereld, binnen en buiten 's lands omgaat. Men zou kunnen zeggen dat de dagbladen het voertuig zijn van den omgang der natie met zich zelve; het middel, waardoor zij zich in hare onderscheiden schakeeringen, toestanden en stemmingen leert kennen en doet kennen.

De behoeften van een goed dagblad zijn in onzen tijd sterk geklommen. p:en dagblad moet tegenwoordig — geheel anders dan onder de heerschappij der wet van 1824 — telegrafische en andere correspondentie betalen; de bureaux onzer dagbladen moeten punten van aantrekking kunnen worden voor mannen van bekwaamheid, van eerlijken ijver voor het algemeen belang, van invloed, van letterkundige verdiensten. En nu vraag ik: wordt dat alles niet belem-

Sluiten