Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan is volgens hem door de 2de alinea van ons artikel voor het belang van den tiendheffer niet genoeg, en, volgens het geachte lid uit Almelo (den heer van der Linden), te veel gezorgd.

Ik zou wenschen dat het geachte lid uit Nijmegen hetgeen hij verlangt, formuleerde in een amendement; want ik erken, hetgeen hij meer verlangt dan tot dusver in het artikel staat, is mij nog niet duidelijk, tenzij hij verlangde dat nooit, wanneer iemand meer dan eene tiend bezit, die tienden zouden kunnen worden afgekocht dan alle te zamen. Een verlangen, dat hij, geloof ik, niet voedt.

Het geachte lid uit Almelo neemt buiten blok en buiten alle begrip van bloktienden eenheden van tienden aan. Wij hebben in het tweede lid van ons artikel geene andere eenheid dan die van persoonlijk bezit aangenomen; buiten een blok bezjt iemand onderscheidene tienden, op onderscheidene punten, maar zóó gelegen, dat wanneer hem één of een paar van die tienden worden afgekocht, de overige hunne waarde verliezen. Daartegen waakt ons voorstel.

Het geachte lid uit Almelo gelieve meer, dan het mij tot dusver is, ons den grondslag der tiendeenheden, die hij bedoelt, buiten blokken, duidelijk te maken. Wij hebben naar de meest juiste uitdrukking om het belang van den tiendheffer buiten blokken behoorlijk te waarborgen, gezocht; wij meenden ten laatste dat de voorziening, die wij in bedenking hebben gegeven, de meest volledige was.

l)e zaak wordt aan den rechter overgelaten. Hij van wien men een deel zijner tienden, tot zijne schade, zou willen afkoopen, heeft slechts voor den rechter te beweren dat het onbillijk zou wezen, indien ook niet de overige tegelijk wierden afgekocht. De rechter zal beslissen.

Natuurlijk moeten zijne tienden zoo bij elkander gelegen zijn, dat met grond kunne worden beweerd, dat zijn belang door gedeeltelijken afkoop zou worden verkort. Van tienden toch, die iemand in onderscheidene provinciën, in Noordholland bijv. en tevens in Zeeland bezit, kan hierbij geene spraak zijn.

11 Jsovember. De heer Sloet nam het amendement gedeeltelijk over. Zijn voorstel luidde thans: „Bloktienden worden niet anders afgekocht dan voor het geheele Mok tegelijk, op de vordering der tiendplichtigen, die te zamen meer dan de helft der tiendplichtige gronden in het blok bezitten. Bij den afkoop gaan dan aan hen de tienden over, die op de andere gronden kleven, wier bezitters weigeren af te koopen.

„Eene tiend, welke, onder eenen bepaalden naam, op verspreide stukken kleeft en een geheel of eene partij uitmaakt, wordt op dezelfde wijze als de bloktiend afgekocht."

Mijnheer de Voorzitter, de geachte voorsteller van het ontwerp heeft het amendement, dat wij de vrijheid hadden genomen aan de Vergadering te onderwerpen, voor een deel overgenomen en vooreen deel niet. Nu zij het mij vergund over dat amendement te spreken, alsof het nog in zijn geheel ware.

Sluiten