Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarmede hebben wij hier te doen? Uitsluitend met eene toelage tot betaling van materieel of van diensten, welke die ambtenaren behoeven; met eene teruggave van uitschotten, hoegenaamd niet met eene bezoldiging. Het geldt hier een gewichtig beginsel. Ik zou er mij ten sterkste tegen moeten verzetten. dat aan ambtenaren der rechterlijke macht onder den naam en het deksel van toelage, eene inkomst of bezoldiging wierd verleend.

Het amendement schijnt mij dus niet aannemelijk, dan wanneer het zich streng houdt aan het begrip, dat de Minister daarmede verbond.

Nader:

De opmerking van den voorlaatsten spreker (den heer van der Linden) schijnt mij volkomen juist. Hetgeen hier meer zou worden gegeven boven hetgeen de Minister in zijne begrooting heeft gevraagd, mag niet dan tot vergoeding van gedane onkosten of uitschotten dienen. Ik had reeds de eer op te merken, dat de voorstanders van het amendement lotsverbetering dier ambtenaren hebben verward met het doei, dat de Minister bij zijn antwoord uitsluitend op het oog had. Het zou billijk zijn geweest, indien de Minister, onderricht en overtuigd dat bij vele kantongerechten, hetgeen tot dusverre als schadeloosstelling werd toegekend, niet voldoende is, eene verhooging van den post voor kleine onkosten had gevraagd. Hij heeft echter in zijne berichten geene aanleiding tot het doen van dergelijke vraag gevonden. Oordeelen wij nu evenwel, dat voorziening vereischt wordt, en besluiten wij, den Minister de middelen daartoe te verstrekken, dan geschiedt dat van mijne zijde niet om die som van f 6000 naar eene zekere reden over de ambtenaren van het publiek ministerie te zien verdeelen, maar alleen in de onderstelling en op voorwaarde, dat de Minister daarover niet beschikke dan na zich te hebben vergewist in welke gevallen of bij welke kantonrechterlijke ministerien de toelage, tot dusverre tot bestrijding van kosten bestemd, te kort schiet, en dat hij enkel in die gevallen aanvulle.

30 November. Algemeene beraadslaging over <le vijfde afdeeling (kosten van algemeene of rijkspolitie).

Rijks- of gemeentepolitie?

Burgerlijke politie of marechaussee ?

Mij dunkt, de hoofdvraag is deze: kunnen wij thans, in den stand waarin de zaak zich bevindt, toegelicht als zij is door den Minister, hem de middelen verleenen om die instelling van algemeene politie uit te breiden, die gisteren en heden van meer dan ééne zijde is aangetast?

De Vergadering vergunne mij twee opmerkingen.

Ik heb met aandacht geluisterd naar de rede van den Minister, en

Sluiten