Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlucht nam, en dat de financieele basis, waarop de inrichting gevestigd was, van het begin ai'niet deugde, zoodat men onvermijdelijk spoedig groote teleurstelling moest ondervinden.

Ik zou mij zeiven verwijten in vroegeren tijd het mijne niet te hebben gedaan om die school te hervormen, indien ik niet gemeend had en nog niet meende, dat hetgeen zij bovenal behoeft, herleiding tot haar oorspronkelijk doel, niet kan geschieden dan door de wet en wel door de algemeene wet, die het middelbaar onderwijs moet regelen.

De hoofdgedachte bij de oprichting was goed. De hoofdgedachte was eene school voor het volk, eene eerste, eene hoogeschool voor de nijverheid. Maar wat is zij geworden? Zij werd, maar de FranschKeizerlijke denkbeelden eener polytechnische instelling, eene bekrompene, eene speciale school voor toekomstige ambtenaren, tot vorming voor sommige takken van staatsdienst. Waaraan is de bloei, zoo die school ooit gebloeid heeft, te wijten? Aan eenige kunstmiddelen, aan den dwang, waarmede zij, welke in die takken van staatdienst bevordering wenschten, naar de school werden gedreven. Het radikaal, voor zoover dit te Delft moest worden behaald, is het ongeluk van de school te Delft geweest. Gelijk lot zal, dunkt mij, iedere inrichting moeten treffen waarbij men de fout begaat die men ten aanzien van de school te Delft heeft gepleegd. De fout is dat men eene algemeene school liet ontaarden in eene speciale school. Men kan eene speciale school bij eene algemeene school vestigen en door haar laten voeden; maar wanneer de laatste wordt overschaduwd door de eerste, is de geheele instelling bedorven.

Ik verlang dus voor alles herstel van de algemeene school; en zoo ik niet durf instemmen met de lofrede, welke de geachte spreker uit Delft hield, bij het laatste gedeelte zijner rede van gisteren ontmoet ik hem.

Ook de geachte spreker meent, dat de school te Delft dienstbaar moet worden gemaakt aan het onderwijs in kennis, in wetenschap der nijverheid, en er is nauwelijks een onderwerp, Mijnheer de Voorzitter, waarin ik grooter belang stel dan hierin. Wij dragen zorg voor het hooger onderwijs, of geleerde vorming, en dat is plichtmatig en edel, maar de weldaad van het middelbaar onderwijs strekt zich tot een oneindig grooteren kring der maatschappij uit, en heefteen veel meer omvattenden invloed.

Ik hecht niet bovenmate aan cijfers; soms evenwel kan eene vergelijking van cijfers ook het zedelijk belang eener zaak aanschouwelijk maken. Eenige jaren geleden heeft men in Belgie nagegaan hoe velen zich wijdden aan de zoogenaamde profcasions libérnles, vergeleken met het getal van diegenen, die hun bestaan vonden bij den landbouw, bij de ambachts- en fabrieknijverheid en bij den handel. Men vond voor de professions lif>érales het getal van 146,(KX), om ronde

Sluiten