Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Regeering dan het middel der zoo noodige en heilzame mededinging niet meer zal kunnen bezigen.

Ziedaar de handelwijze. De Minister heeft te weeg gebracht, dat de draad tusschen Engeland en onze kusten, met een uitsluitend recht begiftigd, door de Engelsche electrische Maatschappij duurder zal kunnen worden verkocht dan wanneer de concurrentie vrij ware gebleven, en het Gouvernement het aan zich had gehouden, eene tweede concessie te verleenen. De Minister heeft dus in het belang der electrische Maatschappij, doch tegen zijn eigen doel, en, schoon te goeder trouw, tegen het algemeen belang gehandeld.

13 December, hoofdstuk x (oorlog) der staatsbegrooting. Algemeene beraadslaging. De minister van oorlog had een ontwerp van wet toegezegd, tot vaststelling der legerorganisatie.

Ik gevoelde en waardeerde steeds, hoe moeilijk de stand is van den Minister van Oorlog, wanneer hij omstreeks dit gedeelte van het jaar in ons midden verschijnt. Het is geen populair thema, dat de Minister te behandelen heeft, wanneer hij voor de begrooting van zijn departement opkomt : niet populair in deze Kamer noch daar buiten. Maar heeft men gedaan wat men wellicht doen kon, om de zaak van de begrooting van Oorlog meer populair te maken dan ze is, om de Vertegenwoordiging en de Natie meer gemeenzaam te maken, dan ze schijnen te zijn, met het besef van de behoefte, en van de noodzakelijkheid der middelen om die te dekken? Het hoofdmiddel om de opinie van het publiek te winnen is publieke discussie, heeft men die bevorderd? Ik wil niet aannemen dat er van eenig Ministerie van Oorlog een verbod zij voortgekomen aan de zaakkundigen, aan de officieren, om hunne denkbeelden mede te deelen, om te schrijven. Ik zou gelooven, dat een Minister, die een dergelijk verbod, in welken vorm dan ook, uitvaardigde, zijne bevoegdheid te buiten ging. Maar zoo men niet heeft verboden, men heeft gewis niet aangemoedigd. Ik herinner hetgeen gebeurd is met een boekje van den kolonel Knoop, dat door zaakkundigen een voortreffelijk boekje genoemd wordt. Voor eenige jaren te Breda gedrukt, werd het bij de uitgave of verschijning onderdrukt. Kr zijn andere blijken dat men bij het Departement van Oorlog publieke discussie van de zijde der officieren niet gaarne zag. En wat ons, wat de Vertegenwoordiging betreft, wat zegt men ons?

„(iij kent de zaak niet." Twintig of meer jaren geleden ijverde ik

ik geloof het eerst — voor openbare parlementaire behandeling der koloniale zaken. Toen scheen ik, zelfs in de oogen van mijne politieke vrienden, een ketter der ketters. Maar het is ook daarbij gebleken, dat ketterij zeer dikwijls de voorhoede is van de waarheid. Behan-

Sluiten