Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik meende dat wanneer men hetgeen nu in het tarief staat aan de eene zijde las en daartegenover aan den anderen kant, zooals, naar mijn amendement, het tarief zou moeten worden gelezen, dan hetgeen ik voorstel meest duidelijk zou worden. Ik heb vervolgens in mijne weinige woorden van toelichting getracht het verschil tusschen het voorstel der Regeering en het mijne te doen uitkomen. Ik dacht, om het in één woord samen te vatten, duidelijk te hebben gemaakt, dat mijn amendement den vrijdom wil uitstrekken ook over de weefgarens, welke, schoon zij evenzeer grondstoffen zijn, door het regeeringsontwerp niet worden vrijgesteld.

De vorige spreker meent, dat wij geene katoenweverijen zonder katoenspinnerijen kunnen hebben, en leidt daaruit het gevolg af, dat wij de spinnerijen moeten beschermen. Die bescherming staat in het tarief geschreven, doch de Regeering heeft haar laten varen. De Regeering maakt in haar tegenwoordig voorstel evenzeer de katoenen, als de linnen weefgarens vrij, voor zooveel zij ongeverfd zijn. Ik doe op dit punt niet meer, dan dat ik geverfde daarbij voeg.

En nu, Mijnheer de Voorzitter, heb ik slechts nog het verzoek aan den Minister, door wien ik, gelijk de vorige spreker, mijn amendement wensch te zien controleeren, dat hij de vraag beantwoorde, of de geverfde wollen en de Turksche weefgarens iets anders dan grondstoffen voor de fabrieknijverheid zijn. Daaromtrent wensch ik dat de Minister allen twijfel wegneme. De Minister zal mij, en meer leden, geloof ik, verplichten, wanneer hij over die vraag zijne meening wil doen kennen.

Opheldering aan den heer van der Linden.

De vorige spreker vraagt, waarom door mij wordt voorgesteld, van getwijnde of geverfde wollen en sajetten garens te heffen f 8 de 100 pond, in plaats van drie per cent van de waarde volgens het voorstel der Regeering. Het is geenszins omdat ik een voorstander zou zijn van de wijze van heffing naar het gewicht: integendeel ik geef de voorkeur aan eene heffing naar de waarde: maar ik liet het recht zooals het nu in het tarief staat, omdat men beweert, dat drie per cent van de waarde eene veel hoogere belasting is dan het bestaande recht; eene verhooging, die mij voorkomt tegen de meening der Regeering en tegen de richting der herziening te wezen.

De vorige spreker verlangt dat er geen onderscheid worde gemaakt tusschen grondstoffen en afgewerkte fabrikaten. Mij dunkt, hetgeen als grondstof dient moet uit dien hoofde ontheven worden, omdat vrijstelling van grondstof de voortbrenging rechtstreeks bevordert. De belasting treffe den verbruiker, maar niet de voortbrenging.

Ik kan mij voorstellen, dat wanneer deze Vergadering enkel bestond uit hoofden van fabrieken, er dan soms, schoon niet voor langen

Sluiten