Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beraadslaging over het artikel: papier. Voorgesteld werden rechten van 5 en 3 pet.

Ik had de eer, gisteren de aandacht der Kanier te vestigen op de ondervinding, die bewijst hoezeer het eigenbelang zich tot zijne schade misrekent, als het méér op de hulp van een beschermend recht, dan op de ontwikkeling van eigen kracht laat aankomen. Ik heb deel genomen aan de tariefsherziening van 1844 en 1845 en ik neem de vrijheid een paar feiten uit de geschiedenis van het papiertarief te herinneren, die over de algemeene strekking van de hervorming, waarmede wij ons thans bezighouden, een helder licht werpen.

In 1844 werd voorgedragen op 100 pond — ik spreek nu van het artikel papier van alle soorten — een recht van f <S te leggen. Acht gulden de 100 pond werd berekend door elkander met 12 per cent van de waarde gelijk te staan. Wat gebeurde? Van alle zijden kwamen bezwaren van kamers van koophandel en van papierfabrikanten in. De fabrieken, heette het, konden bij dat recht niet blijven bestaan. Die het meest bescheiden in hunne eischen waren, zooals de kamer van koophandel te Tiel, die voor 100 papierfabrieken in Gelderland sprak, verlangden dat het beschermend recht wierd gebracht op 15 percent, maar te heffen, gelijk dit in den regel door de voorstanders van bescherming wordt gewenscht, naar het gewicht. De fabrikanten van de Zaan vroegen, zoo men niet de papierfabrieken binnen zeer weinige jaren wilde zien verdwijnen, f 16 per 100 pond. Eindelijk heb ik liier adressen uit Maastricht en Roermond voor mij, die zich verplicht achtten f 20 te eischen; hetgeen dus, naar de waarde, volgens den aangenomen maatstaf, berekend, op 30 a 40 pet. moest nederkomen.

Welke zijn de gevolgen geweest? Het recht van f 8 op de 100 pond werd bekrachtigd. Een jaar later, in 1N46, wordt het traktaat met Belgie gesloten, dat de f 8 verminderde tot f 6. Eenige jaren later, in 1851, brengt het nieuw traktaat met Belgie de f 6 per 100 pond tot 5 pet. van de waarde. Wie moest nu niet verwachten, dat onze papierfabrieken van de aarde zouden verdwijnen? En wat hebben wij gezien? Juist het tegendeel is gebeurd. Sedert 1851 oi 1852 zijn de papierfabrieken, tot dusver kwijnende, opgekomen. De scherpe prikkel der mededinging heeft ze genoopt alle krachten in te spannen. (hider een hoog beschermend recht in verval, zijn ze bij een laag recht langzamerhand gaan bloeien. Een duidelijk bewijs, dunkt mij, dat niets zoo verderfelijk is als toe te geven aan eene gewone en natuurlijke traagheid, die tegen mededinging gedekt wil zijn, en niets heilzamer dan mededinging, die drijft te beproeven, wat men vermag.

Eenige weken geleden is door lord Derby gehoor verleend aan eene groote commissie. Ik heb hier een Engelsch blad voor mij, dat een verhaal van de audientie geeft. Eene deputatie van fabrikanten en

Sluiten