Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had gisteren gelegenheid een sterk sprekend voorbeeld daarvan aan

te halen. , , „ ,

Er zijn andere punten van verschil. Volgens den geachten spreker

zou de sprong, volgens het voorstel der Ilegeering, te groot zijn. Y ij heeft zich daarentegen beroepen op hetgeen geschied is bij het artikel aardewerk. Maar was die sprong niet veel grooter? \ olgens de erkenning van den fabrikant, die het cijfer denkelijk niet overdreven heeft, was de bescherming, die hij bij het tot dusverre bestaande recht genoot, meen ik, 26 ten honderd. Onderscheidene andere artikelen, Mijnheer de Voorzitter, zijn, hetzij door het voorstel van de Regeering, hetzij door onze amendementen, tot beneden de helft verminderd. Deze sprong is dus niet grooter dan die, welke wij reeds ia zeer vele

gevallen hebben gedaan.

Het verlies dat de schatkist zon lijden. De Minister van Financien, in den staat van opbrengst bij het voorstel gevoegd, noemt f2o,000, meen ik, «1. opbrengst ,nn het recht tot du.ven*« Ih, ,remncht van het gehalveerde recht eene opbrengst van f 12 a 10,000. l>e .Minister handelt daarbij als een fijn, voorzichtig financier en ongeveer als die gefortuneerde menschen in onze maatschappij, die niet willen weten hoe rijk zij zijn en wat zij denken te winnen. Want het is zeer zeker, dat de verlaging van het recht voordeelig voor de schatkist zal zijn. Het verlaagde recht op de olie zal aanmerkelijk meer opbrengen. Het zou mij niet bevreemden, Mijnheer de Voorzitter, indien de halveering van het recht op het artikel, dat wij nu behandelen, spoedig het dubbel van de opbrengst, tot dusverre genoten, aan de schatkist gaf. In zooverre is verlaging van rechten eene financieele operatie en eene zeer goede operatie.

Derhalve geen nadeel door de schatkist te lijden, maar voordee . Het gevolg der vermindering van het recht zal zijn, dat de verbruikers minder zullen betalen voor buitenlandsche zoowel als voor ïnlandsche tapijten, en dat de kring van het verbruik zich zal uitbreiden; eene uitbreiding waardoor de fabrieken, zoowel de binnenlandsche als ie buitenlandsche, zullen worden gebaat.

Voorstel van «len heer Reindere, den invoer van gezouten schapenvleesch, varkensvleesch en spek vrij te laten. Bij het ontwerp was een matig recht voorgesteld, omdat de inlandsche zouterijen tot het inzouten van vleesch veraccijnsd zout gebruikten. De regeering oordeelde het onbillijk, daartegenover het gezouten vleesch uit het buitenland geheel vrij toe te laten. De heci Reinders meende, dat het niet aanging, terwijl de accijns op schapen- en varkensvleesch als onhoudbaar was veroordeeld, thans onder een anderen naam eene belasting van dit vleesch te heffen.

Ik zal met een enkel woord verklaren, waarom ik tegen het amendement zal stemmen, hoewel ik ten aanzien van het algemeene beginsel, dat de geachte spreker vooropstelt, van zijn gevoelen ben.

Sluiten