Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijeenkomt, dan eene nieuwe voordracht, zoo noodig, zal kunnen worden gedaan. Ondertusschen zal, en dat is hetgeen ik bovenal verlang, wanneer wij ons thans van hetgeen uitsluitend tot mobilisatie betrekking heeft onthouden, de positie van ons land zuiver zijn en blijven. De maatregelen der Hondsvergadering zelve voorbij te streven, is in geene deele onze taak.

Het amendement werd met 39 tegen 25 stemmen verworpen.

7 Juni. Ontwerp van wet tot samenblijving van de miliciens der lichtingen van 1856 en 1857. Ontwerp van wet tot verhooging der oorlogsbegrooting voor 1859 (buitengewoon onder de wapenen houden van een deel der militie). Algemeene beraadslaging over de beide wetsontwerpen.

De minister van buitenlandsche zaken had de discussie geopend met een pleidooi voor de aanneming der beide ontwerpen.

De minister van Buitenlandsche Zaken heeft gisteren eene fiere spreuk aangehaald, die voorheen in deze zelfde zaal, zeide hij, was gehoord: „de Nederlander buigt voor niemand dan voor het Opperwezen." Is echter hetgeen de Minister ons aanraadt met de fierheid van die spreuk in overeenstemming? Hetgeen hij ons voorstelt, is juist het tegendeel. Wat zegt ons de Minister? „Alles om ons heen is in beweging; alles wapent zich, alles rust zich ten strijde toe, dus moeten wij ons ook wapenen, en ten strijde voorbereiden. De zin van de spreuk is zoo ik mij niet bedrieg, zelfstnndigheid. En hetgeen de Minister ons aanraadt is niet, hetgeen het Nederlandsche belang zal vorderen tot richtsnoer nemende, te handelen zooals wij dat zullen verstaan, maar te handelen zooals anderen doen: de gevaarlijke fout te plegen, Mijnheer de Voorzitter, die steeds de feil was van de kleine mogendheden, zich door anderen en vooral door groote mogendheden te laten medesleepen.

De minister heeft het voorbeeld van Pruisen en van Engeland ingeroepen. Hij heeft ook Belgie en zelfs Portugal genoemd. Ik geloof niet, dat het onze taak is, hier een oordeel uit te spreken over de handelingen van andere regeeringen of van uitheemsche vertegenwoordigende vergaderingen. Ik geloof niet, dat wij de bijzondere redenen, om zoo te handelen als zij doen, hebben te waardeeren. Maar wanneer de Minister ons op Pruisen en Engeland , groote mogendheden , wijst, dan mag ik toch wel vragen, of de handelswijze van groote mogendheden, in een toestand als waarin men zich thans bevindt, tot voorbeeld kan strekken voor ons?

(Jroote mogendheden, ook wanneer zij vastelijk besloten hebben, onzijdig te blijven, moeten zich wapenen, om aan hare tusschenkomst wanneer de tijd daartoe zal gekomen zijn, kracht te verleenen. (iroote mogendheden kunnen haren plicht, om invloed op den algemeenen gang der gebeurtenissen te oefenen, geen oogenblik uit het gezicht

Sluiten