Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behandelen op een oogenblik waarin de meeste leden der Vergadering haast hebben.

Ik zou dus in bedenking geven, de behandeling van dit ontwerp onbepaald uit te stellen.

Zoo de Vergadering dat niet mocht goedvinden, dan geloof ik toch, dat het alleszins raadzaam zou zijn eenige dagen uitstel te gunnen na de behandeling van de ontwerpen die thans reeds aan de orde zijn, opdat de wet en alle de belangen daarmede in verband behoorlijk door de leden kunnen worden nagegaan; zoodat de discussie mijns inziens niet vóór aanstaanden Zaterdag, liever nog niet dan vóór aanstaanden Maandag behoorde aan te vangen.

Dit, Mijnheer de Voorzitter, geef ik subsidiair in overweging, maar mijn hoofdvoorstel dat ik de eer heb aan de Vergadering te onderwerpen, bestaat hierin, dat vooreerst niet tot de behandeling van het ontwerp worde besloten.

De heer de Brauw verlangde het ontwerp thans af te doen.

Ik kan niet zoo onvoorwaardelijk het beginsel toestemmen, door den geachten afgevaardigde uit Gouda vooropgezet, dat hetgeen ter behandeling is voorgelegd, te allen tijde moet worden afgedaan. Er is voor de behandeling van zekere onderwerpen een gunstig, er is daarvoor ook een ongunstig tijdstip. Datgeen, waarnaar wij bovenal moeten trachten, is de zaken goed af te doen. Ik behoor niet onder degenen, die het meest haast hebben, noch pleeg ik van deze Vergadering of hare werkzaamheden afwezig te blijven. Maar ik wensch dat de Kamer zoo voltallig mogelijk bij de behandeling van een onderwerp van dit gewicht tegenwoordig zij, en alle vrijheid vinde daaraan die zorg te wijden , welke het verdient. Oordeelt de \ ergadering, dat zij die vrijheid thans heeft, oordeelt zij dat het nu het geschikte tijdstip is om met al dien ijver, al die nauwkeurigheid, die het onderwerp vordert, deze zaak te behandelen, ik zal mij gaarne onder hen scharen, die met ijver willen deelnemen aan de discussie. Maar ik meen voor het belang der zaak te zorgen, en tevens in den geest der Vergadering te handelen, wanneer ik vraag, of het thans wel het rechte tijdstip is. Ik beaam de aanmerking van den vorigen spreker, den geachten afgevaardigde uit de hoofdstad (den heer Godefroi). De reden, die ik voor mijne vraag heb, zou niet bestaan, zoo wij het antwoord vroeger hadden ontvangen. De Vergadering kan, dunkt mij, niet gehouden zijn, op elk tijdstip, vroeg of laat, geschikt of minder geschikt, waarop het aan de Regeering meest gelegen is een antwoord in te zenden, ook aanstonds, als bureau-ambtenaren, aan het werk te gaan, ten einde, volgens de uitdrukking van den spreker uit Gouda, „de zaak af te doen."

Sluiten