Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot 8 geenszins uitdrukt, en bijv. te stellen, algcmeene bepalingen; vervolgens iirt. 1 hier te laten vervallen en in de volgende artikelen voor

bestuurder» te lezen ondernemers.

Nader:

Hetgeen ik in bedenking gaf is niet zoo zeer eene andere verdeeling van onderwerpen; maar — en hetgeen de Ministers zeiden, heelt mij bevestigd in mijn denkbeeld — ik heb hun gevraagd, of de bepaling van hetgeen bestuurders van spoorwegdiensten zijn, hier op de rechte plaats stond; of zij niet beter in het vijfde hoofdstuk zou voegen. Wellicht zegt de Minister: het komt er niet op aan, of de bepaling in het eerste of in een later artikel gevonden worde. I)e zaak schijnt ook mij niet van het uiterste gewicht. Doch ik geef in bedenking, wanneer in het 1ste artikel der wet gesproken wordt van bestuurders en in art. 2, gelijk mij voorkomt noodig te zijn, van ondernemers, welk verband er dan tusschen die beide artikelen bestaan zal? De benaming van ondernemers schijnt mij ook in onderscheidene volgende artikelen de voorkeur te verdienen, omdat nu aan de bestuurders iets wordt opgelegd, hetgeen van den last, aan de bestuurders door de onderneming verstrekt, zal afhangen. Bijv. in art. 4 „De bestuurders stellen een reglement voor hunnen spoorwegdienst vast." De statuten der ondernemende maatschappij kunnen zeggen: het reglement zal worden vastgesteld in eene algemeene vergadering; en dit zal deze wet toch niet willen verhinderen. Indien de wet de ondernemers verbindt of verplicht, dan heeft zij bereikt al wat zij bereiken moet.

Mij de wisselingen van opstel dezer wet herinnerende, dacht ik dat art. 1 enkel bij ongeluk aan het hoofd van het ontwerp was gekomen. In het eerste ontwerp was van bestuurders, opperbestuurders, commissarissen, administrateurs door elkander sprake; en bij die verwarring werd in een vorig verslag, meen ik, begeerd, dat de wet zeide wat zij door bestuurders verstond. Daaraan werd gevolg gegeven, maar nu heeft men die bewoording ook gebruikt waar zij, meen ik, min juist is.

In allen gevalle acht ik het volstrekt noodzakelijk, in art. 2 te lezen bijv.: „De ondernemers zijn verantwoordelijk voor de schade door hunne schuld of door die van hunne beambten of bedienden aan personen of goederen toegebracht." Zegt de wet dit, dan heeft zij alles gezegd wat zij moet zeggen. Toen de liegeering voorstelde te bepalen, zooals in het vorig ontwerp gelezen wordt, dat de bestuurders verantwoordelijk zijn voor de schade, lokte zij onze aanmerking uit, dat dit niet aanging. De Regeering de feil willende goedmaken, wijzigde en voegde de 2de alinea bij: „De verplichting tot betaling der schadevergoeding rust altijd op de ondernemers van den dienst." Zooals de eerste alinea alléén luidde, moest ieder direkteur van een spoorweg zeggen: zoodra dit wet wordt, neem ik

Sluiten