Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Regeering en de ondernemers worden. Er moet ook gelijkheid zijn in de wijze waarop te dien aanzien de verschillende concessionarissen worden behandeld; eene gelijkheid, die slechts verzekerd wordt, wanneer de voorwaarden, waarop de naasting zal kunnen plaats hebben, bij de wet zijn omschreven. De voorwaarden der naasting zijn met andere bedingen van concessiën, waarbij de eene concessievrager andere omstandigheden en belangen dan een ander kan doen gelden, niet te vergelijken.

De tweede vraag is: moet de wet het recht tot naasting geven? Mij dunkt ja, om meer dan ééne reden; niet alleen om die welke aangevoerd is in het Voorloopig Verslag, en beaamd door de Regeering, maar ook om andere.

Men kan te doen hebben, zooals in het Voorloopig Verslag werd opgemerkt, met eene onderneming, die over het algemeen den dienst niet goed waarneemt, zoodat zelfs van eene telkens herhaalde toepassing van de dwangbepalingen der wet geene blijvende verbetering te wachten is, en het algemeen belang van het vervoer dus eischt, dat in hare plaats eene andere worde gesteld.

Andere redenen. Eene onderneming heeft eene lijn aangelegd, die, toen ze werd aangelegd, nuttig was, maar die later, na 20 of dertig jaren, belemmert. Wanneer nu evenwel de concessionarissen blijven vasthouden aan hetgeen zij hebben, aan die verouderde richting, dan kan naasting noodzakelijk zijn in het algemeen belang.

Er bestaan onderscheidene maatschappijen, doch na eenigen tijd blijkt het noodig te zijn dat eenige dier maatschappijen worden vereenigd; om zoodanige fusie te bewerken is soms naasting het eenig middel.

Daar komt bij, dat het wel eens in het belang van den Staat kan zijn van een spoorweg een staatsspoorweg te maken. Ik zeg dit niet in den geest van hen, die alle spoorwegen in handen van den Staat zouden willen brengen; ook buiten dat stelsel kan het noodzakelijk zijn, dat een bepaalde spoorwegdienst door de overheid zelve beheerd worde.

Derhalve het recht om te naasten verdient eene plaats in de wet; en dan moeten ook de voorwaarden der naasting in de wet opgenomen worden. De voorwaarden, zooals zij in het vorig ontwerp waren beschreven, schijnen mij niet onbillijk. Volgens dat ontwerp geschiedt de naasting niet dan wanneer de spoorweg gedurende twintig jaren door de ondernemers is gebruikt. De naasting geschiedt tegen den prijs die aldus wordt gevonden: men berekent de zuivere inkomsten van de zeven laatste jaren, trekt daarvan de twee ongunstigste jaren af, en neemt het gemiddeld bedrag der na de aftrekking overblijvende vijf jaren, brengt de alzoo verkregen som door die met twintig te vermenigvuldigen tot kapitaal en voegt daarbij een premie van vijftien ten honderd. Van het voornemen om den spoorweg te naasten

Sluiten