Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere in staat van wijzen zou zijn gebracht. De behandeling der beide ontwerpen zou dan bij den aanvang der volgende zitting kunnen plaats hebben.

Hij de bespreking over de motie had de heer van Heiden Reinestein zijne bevreemding te kennen gegeveu, dat de commissie van rapporteurs over den zuiderspoorweg met haar verslag nog niet gereed gekomen was. En dat niettegenstaande reeds veertien dagen te voren eenige leden aan die commissie van rapporteurs een brief geschreven hadden, waarin zij beleefd op bespoediging hadden aangedrongen!

De heer Th., voorzitter der commissie van rapporteurs, nam het voor de commissie op.

De geachte spreker uit Assen (de heer van Heiden Reinestein) gaf bevreemding te kennen over de handelwijze der commissie van Rapporteurs aangaande den Zuiderspoorweg. Hij haalde zekeren brief aan die aan de Commissie zou zijn geschreven. Inderdaad, de Commissie heeft, vanwege den Voorzitter der Kamer, afschrift van een brief ontvangen, gedagteekend van den dag volgende op dien, waarop zij hare werkzaamheden aangevangen had. Ik herinner, dat wij in de sectien het ontwerp hebben onderzocht Vrijdag en Zaterdag. Zaterdag, in mijne sectie, hebben wij dat onderzoek haastig ten einde gebracht, en zonder eenigen twijfel zouden wij aan de voortzetting van dat onderzoek den volgenden Maandag hebben besteed, indien toen niet reeds ontwerpen van wet aan de orde van de Vergadering waren gesteld. Maandag en Dinsdag is hier vergadering gehouden tot aan het gewone uur, drie of vier uur des namiddags. Den derden dag, Woensdag, zat de Kamer tot één uur, en onmiddellijk daarna begon de Commissie het opmaken van haar Verslag. Den volgenden dag, zoo ik mij niet zeer bedrieg was dat Donderdag, wordt haar door tusschenkomst van den Voorzitter der Kamer afschrift van een brief bezorgd, geteekend door sommige leden. Ik zal dien brief niet qualificeeren, en niet anders doen dan eenige weinige woorden daaruit voorlezen. De Voorzitter der Kamer wordt in dien brief verzocht, om bij de Commissie te willen bewerken „dat het bedoelde verslag (de 14de Juli was, meen ik, Donderdag) uiterlijk in den loop van deze week, waarin toch niet vóór Zaterdag werkzaamheden zijn vastgesteld, worde opgemaakt en ingediend."

De Commissie heeft de vrijheid genomen, bij haar antwoord den Voorzitter, volgens het Reglement van Orde, te onderrichten, dat hare werkzaamheden reeds waren begonnen.

De spreker uit Assen heeft zijne verwondering geuit, dat met het vaststellen van dat verslag niet meer haast was gemaakt; maar de geachte spreker zal zich het verwijl, dat hem onaangenaam schijnt, gemakkelijk kunnen verklaren, wanneer ik hem zeg, dat onze algenieene rapporteur betrokken was in eene andere commissie, die lang te voren aangevangen had haar verslag op te maken, een verslag dat dien rapporteur toen uitsluitend bezig hield. Het is duidelijk,

Sluiten