Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er bij voegen, dat de Commissie het onbetamelijk moest oordeelen, dat men op die wijze tusschen hare werkzaamheden in trachtte te komen en zich eene bepaling van tijcl trachtte aan te matigen, die gewis aan eene Commissie van Rapporteurs alleen kan behooren.

Na aanneming van het voorstel van de heeren Strens c. s. kwam eene motie van den heer Dirks in behandeling, waarbij werd voorgesteld, dat de kamer met afwijking van art. 132 van het reglement van orde hare werkzaamheden met betrekking tot den noorder- en zuiderspoorweg zou hervatten in den stand waarin zij bij het sluiten der zitting gebleven zouden zijn.

Ik deel in de bedenking van den heer Godefroi tegen het voorstel. Er zijn meer redenen die mij het voorstel voor onaannemelijk doen houden. Het strekt om de kamer hare werkzaamheden, met betrekking tot de wets-ontwerpen ter bekrachtiging der concessien van de Noorderen Zuiderspoorwegen, bij het op nieuw indienen daarvan door de Regeering in de zitting van 185'-t—1860, in dien stand te doen hervatten, „waarin het eerstgenoemde wets-ontwerp (de Noorderspoorweg) zich thans bevindt, en het laatste zich alsdan zal bevinden.''''

Gaat dat wel aan? Gesteld, de Regeering vindt in het verslag over het ontwerp betreffende den Zuiderspoorvveg aanleiding om dat betreffende den Noorderspoorweg te wijzigen, wil dan de voorsteller hare grondwettige vrijheid, om dergelijke wijziging, volgens haar begrip in het algemeen belang noodzakelijk, te maken, beletten?

Gelijke opmerking treft de motie, wanneer zij voorstelt het ontwerp van den Zuiderspoorweg in de volgende zitting te behandelen in den stand, „zoo als het zich alsdan zal bevinden, in dier voege, dat de sluiting der zitting geene stuiting maar slechts de hervatting der behandeling in statu quo te weeg brenge."

Het voorstel is ook, met betrekking tot het doel, dat de voorsteller beoogt, te eenen male overbodig. Hij wil eene spoedige behandeling in den aanvang der volgende zitting. Ik geloof dat, na hetgeen is voorgevallen, deze ontwerpen, zoo zij opnieuw worden ingediend, binnen zeer korten tijd in behandeling zullen genomen worden, en de voorloopige behandeling zoo kort mogelijk zal zijn. Ik zie ook niet in waarom niet, indien de zaak zich daartoe mocht leenen, hetgeen van de handelwijze der Regeering zal afhangen, in de volgende zitting dadelijk een Eindverslag zou kunnen worden uitgebracht over de beide wets-ontwerpen. Wanneer dit denkbeeld ondersteuning vindt — en dat het ondersteuning zal vinden is reeds niet twijfelachtig meer — dan zal het gevolg, hetgeen de voorsteller verlangt, worden verkregen, zonder dat men een voorbarig besluit behoeft te nemen.

Ik herinner dat over het beginsel, door de motie aangeroerd, een paar jaren geleden opnieuw is beslist, nadat daarover weken lang tusschen de Regeering en de Vertegenwoordiging was gehandeld. Wij

Sluiten