Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sommige punten vermindering op andere gepaard kan en moet gaan.

Nog twee opmerkingen.

De eerste betreft het Limburgsch contingent. Ik sprak daarvan reeds bij het IIIde hoofdstuk. Ik heb niet met groote voldoening gezien, dat het Limburgsch contingent nu zoozeer op den voorgrond wordt gebracht. Na de ondervinding, in dezen zomer verkregen, had men het, dunkt mij, meer op den achtergrond behooren te brengen. Waartoe, zooals door de tegenwoordige formatie van het contingent gedaan zou worden, zich bereid getoond, om iederen dag te^voldoen aan verbintenissen, waarmede de Bond zelf, machteloos om militair te handelen, in verlegenheid is? Op de helling waarop wij dezen zomer gebracht zijn, zouden wij, — wij kennen nu de diplomatische onderhandelingen genoegzaam — zoo niet eene zeer onverwachte gebeurtenis tusschen beide ware gekomen, zonder onzen wil en gewis zeer tegen ons belang, verplicht zijn geweest tegen eene groote mogendheid oorlog te voeren. Het is een louter toeval, dat het daartoe niet gekomen is; wij hadden ons laten medesleepen, en waren reeds niet meer meester van onze beweging. Daarom is, dunkt mij, terughouding ten aanzien van den Duitschen Bond wel aan te raden.

Ten laatste een verzoek, dat ik den Minister van Oorlog zou wenschen te zien doen aan zijn ambtgenoot voor Binnenlandsche Zaken.

Wij kunnen niet, Mijnheer de Voorzitter, zooals Zwitserland, met eene bevolking van 21/2 millioen, voor eene jaarlijksche uitgave van 4 millioen francs, binnen eenige weken desnoods een geheel toegerust leger van 160,000 man op de been hebben. Maar wij kunnen wel iets anders doen. Gymnastische oefening, tot dus ver een artikel van weelde voor jonge lieden van vermogende ouders, tot een bestanddeel van het volksonderwijs maken. Daardoor zal, behalve andere heilzame gevolgen, een algemeen besef van persoonlijke weerbaarheid worden gewekt. De beste voorbereiding en de onmisbare voorwaarde eener volkswapening, zal daardoor, bij sterke stellingen en een klein leger, onze nationale verdedigingsmacht meer, dan door menige oorlogsuitvinding, worden verzekerd. Algemeene gymnastische oefening zal onze kracht niet alleen materieel, maar in een moreelen zin onberekenbaar verhoogen, daar zij het gevoel, dat wij ons kunnen en moeten verdedigen, in de geheele mannelijke bevolking zal ontwikkelen.

12 December. Kepliek.

Wanneer ik hulde doe aan de eenvoudige wijze, waarop de Minister van Oorlog met duidelijkheid, zonder omwegen, zijn systeem aan de \ ergadering heeft willen mededeelen, dan druk ik, geloof ik, eene gewaarwording uit, die mij met velo leden gemeen is. Van mijne zijde wil ik trachten een misverstand weg te nemen, dat ten aanzien van het voorstel van Grondwetsherziening van IS|S bestaat, en ook,

Sluiten