Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik zal dit punt afdoen met eene enkele aanhaling, België rakende, uit een werkje dat de Regeering ons aanprijst en terecht; de schrijver is een voorstander van den staatsspoorweg van zijn land. Het is de brochure van Malou. Daar lees ik: „II y a dans les formes des administrations publiques mille causes de retards et d'inertie, beaucoup de frottements inutiles pour le jeu régulier et économique d'une telle machine, beaucoup d'obstacles. L'application rigoureuse des principes de la loi de comptabilité de 1'Etat conduit parfois a 1'absurde pour une entreprise comme celle-ci."

Hoe moeilijk en traag bij exploitatie van staatswege vooruitgang of verbetering is, bleek, inzonderheid ook in een naburig land, dikwerf genoeg.

Ook deze vraag nog. Moet een Gouvernement niet de aanraking vermijden, waarin een groot vervoerkantoor onvermijdelijk komt met de behoeften, eischen en klachten van het reizend en handeldrijvend publiek? Het Gouvernement komt daarmede niet in aanraking, zonder dat èn zijne onafhankelijkheid, èn het belang der zaak of de onderneming daarbij lijden. Het is niet mogelijk dat, vooral in een parlementair land, zelfs een sterk Gouvernement op den duur weerstand biede aan de overdreven eischen van het publiek. Men heeft daarvan in België de proef. De onderneming is onbestaanbaar, wanneer toegegeven moet worden aan een publiek dat tien maal per dag en liefst om niet geholpen wil zijn. Alleen het eigenbelang eener bijzondere maatschappij geeft genoegzame kracht van verzet tegen dergelijke overdreven vorderingen. Niet minder hecht ik aan een ander bezwaar, de onberekenbare vermeerdering van ambtenaren, traktementen en pensioenen. Ik weet wel, Mijnheer de Voorzitter, dat dergelijke publieke werken in onzen tijd hier en daar, ik vrees ook in dit land, een politieke hefboom zijn geworden. Maar mogen zij het op den duur blijven? Is het in het belang van den Staat, dat het getal van hen, die te zijnen koste trachten te leven, toeneme, en dat het Gouvernement, welk ook, een nieuw vermogend middel in de hand krijge om tallooze persoonlijke belangen, van eigen zelfstandige ontwikkeling afgetrokken, aan zich te verbinden? Ik heb nauwlijks noodig er bij te voegen, dat ambtenaren bij de meest zuinige en meest produktieve inrichting van den dienst, niet het belang van partikulieren hebben.

Ten slotte. Op bladz. 23 van de Memorie van Beantwoording lees ik: „Men dient te weten wat men wil. Zoo men spoorwegen verlangt, moet men zich de uitgaven daarvoor getroosten en zich gedurende eenigen tijd van andere uitgaven onthouden." Juist de noodzakelijkheid, die de Regeering ons hier voorhoudt, aan geene uitgaven voor andere groote behoeften te denken, wensch ik zoo mogelijk te vermijden; en dat is mogelijk wanneer men slechts

Sluiten