Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Minister van Binnenlandsche Zaken neme mij niet kwalijk, wanneer ik het slot van zijne jongste rede niet laat gelden. De Minister haalde het gezegde aan van een der leden dezer Vergadering, die van oordeel was dat de voorgestelde spoorwegen niet produktiet' zullen zijn. De Minister trok daaruit het gevolg, dat het besluit, gisteren door de Kamer genomen, een goed besluit was- Ik laat nu daar, dat het geene aanbeveling is van spoorwegen, wanneer-zij niet produktief mogen heeten: maar ik wensch inzonderheid, dat de Minister niet over het hoofd zie hetgeen de ondervinding bewezen heeft, dat een spoorweg in handen van den Staat niet of weinig produktief, daarentegen in handen van den concessionaris zeer produktief kan zijn. De ondervinding heeft dat bewezen, en ten aanzien van den Belgischen staatsspoorweg inzonderheid kennen wij het betoog van zoovele zaakkundigen, die reeds jaren geleden bij meer dan ééne gelegenheid de overtuiging openbaaiden, dat de opbrengst dier baan, onder het bestuur van partikuliere ondernemers, tot het dubbele zou klimmen.

Doch het is niet om die tegenspraak, dat ik het woord vroeg. Ik stond op om aan den Minister eene bepaalde inlichting te verzoeken omtrent het uitzicht dat hij heeft met betrekking tot het tot stand komen van den geconcessioneerden weg van Utrecht naar Zwolle. Ik wensch te vernemen, of de Minister ons te dien aanzien eenige voorloopige zekerheid geven kan. Ik hecht aan de zaak veel, en de inlichting zal mij ook om de volgende reden bijzonder welkom zijn. Indien bij de Regeering geen zeer waarschijnlijk uitzicht op de uitvoering dier concessie bestond, zou het, dunkt mij, onveiantwoordelijk zijn, indien het Gouvernement in een algemeen rijksplan van spoorwegen, voor rekening van den Staat of door concessionarissen aan te leggen, eene lijn niet opgenomen had, die, zoo er eene groote lijn voor vervoer van koopgoederen in ons land kan worden verwacht, boven alle dien naam zal verdienen. Ik bedoel de kortste verbinding van Harlingen door ons land met noordelijk en oostelijk Duitschland, en de kortste verbinding tevens van Holland met die streken. Ik zal wat ik meen aantoonen met een paar cijfers, die ik zooveel mogelijk aan de mededeelingen der Regeering ontleen.

Het is om drieërlei gemeenschap te doen: gemeenschap van Groningen en Friesland met Holland; gemeenschap van Harlingen met Rheine; en gemeenschap van Holland met Rheine.

1. Volgens het tegenwoordige plan moet men, om uit Groningen en Friesland naar Holland te komen, over Arnhem. Nu vinde ik in de cijfers der Regeering van Leeuwarden naar Arnhem 166, en van Arnhem naar Utrecht 58, te zamen 224 mijlen. Daarentegen, zoo men de lijn van Utrecht naar Deventer rechtstreeks trekt, heeft men van Ltrecht naar Deventer 78 en van Leeuwarden naar

Sluiten