Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deventer 120, te zamen 198 mijlen, en derhalve 26 mijlen minder!

2. Van Harlingen of Leeuwarden naar Rheine is de weg, wanneer men dien neemt over Raalte of Deventer, in plaats, zooals de Regeering voorstelt, over Zutfen, in allen gevalle 16 mijlen korter dan volgens het regeeringsplan.

3. Volgens ditzelfde plan heeft men van Utrecht naar Arnhem 58 en van Arnhem naar Zutfen 30, te zamen 88 mijlen; daarentegen van Utrecht rechtstreeks op den IJsel 78 mijlen. Dus is Holland over Deventer 10 mijlen nader bij Rheine.

Ik hoorde den Minister zeggen: „het komt op weinige mijlen niet aan"; ik erken, het doet er weinig toe, of een baal katoen een uur vroeger de fabriek bereike. Maar — ik geloof het is reeds opgemerkt, en in allen gevalle mag het wel opgemerkt worden— het is niet zoo zeer, vooral niet bij koopgoederen, om den tijd te doen als om den vrachtprijs. En zoo de Minister van Binnenlandsche Zaken antwoordt: „daartegen zal door eene verlaging van het tarief worden gewaakt", dan meen ik toch twee vragen in bedenking te mogen geven:

Vooreerst, wanneer men door verlaging van het tarief de nadeelen van een te langen weg wil keeren, zal men dan niet vervallen tot het maken van tarief zonder eenig beginsel, althans zonder dat redelijk beginsel, waarop ieder tarief van dien aard berusten moet?

Ten andere, wanneer de Regeering door partieele verlaging van het tarief op een of ander punt wil tegemoet komen in het bezwaar, dat de handel door een te lang vervoer lijdt, welke zullen de gevolgen zijn? Kan men zulk eene verlaging van tarief toepassen op één gedeelte en op de andere gedeelten niet? Ik behoef daarvan niets meer te zeggen. De Regeering die dat deed, en de Kamer die zulk een tarief aannam, zou een onverzoenlijken strijd van belangen voor den dag roepen, en eene groote onrechtvaardigheid begaan, hoe zij het besluit tot verlaging ook poogde te wenden. Mij dunkt, aan zulk een middel valt in het geheel niet te denken.

Ik kom dus terug tot mijne vraag aangaande eene gemeenschap, die mij toeschijnt boven alle lijnen, die in ons vaderland kunnen gelegd worden, eene handelslijn te zullen kunnen worden. Ik beloof mij in den eersten tijd grootere vruchten van de gemeenschap, die ik verlang van Holland met Rheine en Noord-Duitschland, dan van die van Harlingen met Rheine, wélke, zoo gericht als mij noodzakelijk schijnt, later een hoofdkanaal voor den Engelschen doorvoer en handel met ons land zou kunnen worden.

Dat men doe wat mogelijk is om den weg van Harlingen door ons land naar Rheine zoo kort en zoo weinig kostbaar mogelijk te maken, gebiedt ook de mededinging van de Hannoversche Westbaan. Zooals nu het regeeringsplan ligt, is, zoo ik mij niet be-

Sluiten