Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onze Regeering geene aanleiding tot belemmering daaraan ontleent, kan ik niet inzien, waarom België met onderhandelen niet eveneens zou voortgaan, als het dit tot hiertoe deed.

De Minister is opmerkzaam op het gevaar, dat hem bedreigt, wanneer eens eene conventie, met België gesloten, de goedkeuring der Kamer niet verwierf. Ik onderstel dat geval niet; maar ik hecht zeer veel aan hetgeen de Minister meer dan eens zeide, dat hij wenscht deze zaak tot een einde, tot een goed einde te brengen in gemeen overleg met de Kamer. Welnu, wat kan tot dat gemeen overleg beter leiden dan eene enquête? Indien de conventie gesloten is en de klachten van belanghebbenden vernieuwen zich en men vindt dat de voorwaarden dier conventie hoegenaamd niet voldoen aan de groote belangen, nu gekrenkt en waarin moet worden voorzien, dan zal de zaak niet een einde hebben, maar integendeel op een veel neteliger terrein, dan thans, gebracht zijn.

Deze aangelegenheid hangt daarenboven in geenen deele uitsluitend van onderhandeling met België af. Zij heeft een veel wijder gebied. Negen jaren geleden kon men haar anders beschouwen; zij had toen een veel beperkter kring; maar wat is er sedert gebeurd? Tusschen Antwerpen en Luik is dat groote stelsel van kanalisatie en irrigatie ontstaan, waardoor Maas en Zuidwillemsvaart voor ons en in het algemeen niet meer zijn hetgeen zij te voren waren. Vroeger konden de Belgen ons zeggen: wij stellen evenzeer belang in de bevaarbaarheid der Maas en Zuidwillemsvaart als gij. België stelt ook nu nog in de Maas en Zuidwillemsvaart belang, maar hoofdzakelijk voor zooveel daaruit de voeding wordt ontleend van de kanalisatie, waaraan zich de irrigatiënin de Kempen aansluiten — van die uitgestrekte kanaalverbinding tusschen Antwerpen en Luik, die samenhangt met de gekanaliseerde Sambre en daardoor met al de kanalen in het noorden van Frankrijk tot Parijs toe. Eene nieuwe water- en vaartgemeenschap, waardoor men de oorspronkelijke bestemming der Maas en Zuidwillemsvaart ter zijde heeft gesteld, en, om eene gemeenzame uitdrukking te bezigen, links heeft laten liggen.

Wat moet nu de enquête doen? In de eerste plaats moet zij de Kamer in staat brengen om te beoordeelen; en ten andere zal de Regeering daardoor onderricht worden over de voorzieningen, welke zij geroepen kan zijn in ons belang voor de Maas en de Zuidwillemsvaart te nemen. De Maas en Zuidwillemsvaart zijn niet meer hetgeen zij waren; en wanneer men het herstel alleen bij onderhandeling, bij eventueele toezeggingen of verbintenissen van België zoekt, zullen alle belangen, die hier in het spel zijn, geenszins behoorlijk of volledig gewaardeerd worden. De vraag in dezen omvang zal niet dan door eene parlementaire enquête worden beantwoord.

Sluiten