Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. De maatregel op zich zelf, afgescheiden van alle andere eischen, scheen mij onverklaarbaar. Onverklaarbaar ook, in verband met de voorstellen tot afschaffing van de slavernij. Vrijverklaring der slaven en regeling van den rechtstoestand der vrij-verklaarden is, meen ik, zonder twijfel een onderwerp van burgerlijke wetgeving. Om dat stuk van burgerlijk recht te regelen werd de wetgever van het moederland geroepen.

'Was dat noodig? In het stelsel der oude praktijk kon men den wetgever van het moederland zeer wel voorbijgaan. Zoo die wetge\er niet behoorde gekend te worden ten aanzien van het burgerlijk recht in het algemeen, waarom dan bij de vrijverklaring

der slaven en bij de regeling van den rechtstoestand der vrijverklaarden ?

Of was wellicht, vanwege de toe te kennen schadevergoeding, medewerking van den wetgever van het moederland noodig? Wanneer men bleef op de baan van de oude praktijk, dan was die schadevergoeding zeer wel te vinden, zonder dat men hem in de zaak betrok. Het Gouvernement behoefde van de opkomsten van Oost-Indië slechts zooveel af te zonderen, als het voor de schadevergoeding in West-Indië meende noodig te hebben, en het kon den wetgever van het moederland ook aan het financiëele gedeelte van den maatregel te eenen male vreemd doen blijven.

Het Gouvernement heeft anders geoordeeld. Het heeft geoordeeld dat de maatregel in zijn geheel aan den wetgever van het moederland moest worden onderworpen. Ik ben de eerste om liet Gouvernement daarmede geluk te wenschen. Maar wanneer nu de wetgever van het moederland wordt geroepen om dat deel van het burgerlijk recht in West-Indië te regelen, wordt dan niet het beginsel erkend, dat de regeling van het burgerlijk recht in het algemeen, gelijk die van de rechtsvordering, van het strafrecht, van de rechterlijke inrichting, aan dienzelfden wetgever behoort?

Ik maak niet opmerkzaam op hetgeen een ieder aanstonds zonder herinnering bedenkt: op het groote verschil tusschen Oost- en West-Indië. De bevolking van West-Indië bestaat uit Europeanen, uit Nederlanders. Zoo er in den aard of de samenstelling der be^lking eene reden konde zijn om ten aanzien van de burgerlijke en andere deelen van wetgeving uitzonderingen op de bevoegdheid van den Rijkswetgever voor Oost-Indië te maken, die reden bestaat in West-Indië niet.

Ik weet het besluit van den 28sten December evenmin te verklaren, wanneer ik let op het natuurlijk, innerlijk verband van slavernij of emancipatie met het burgerlijk recht in zijn geheel. Wanneer wij op het punt zijn, — en wij zijn het sedert vier of vijf jaren — de slavernij af te schaffen, kan men dan, alvorens die maatregel voldongen zij, eene nieuwe burgerlijke wetgeving in

Sluiten