Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

West-Indië invoeren? Eene burgerlijke wetgeving, die, op zoodanig tijdstip ingevoerd, ten aanzien van het grootste gedeelte der bevolking, regels zal moeten behouden, die in het nieuwe stelsel niet passen, en met de emancipatie zullen moeten vervallen?

3. Er is nog een derde punt waarop ik wel, wat zijn plan van wetgeving betreft, opheldering van den Minister zou verlangen. Ik heb tot dusverre den maatregel van het besluit van 28 December 1859 beschouwd op zich zeiven en in verband met de voorstellen van wet tot afschaffing der slavernij. Nu beschouw ik dien maatregel in verband met het voorschrift van de Grondwet, dat het beleid van de regeering in West-Indië door de wet moet worden geregeld. Hoe men ook denke over de noodzakelijkheid of over de oorbaarheid om den wetgever van het moederland te roepen bij de regeling van het burgerlijk recht in West-Indië, zooveel is, dunkt mij, boven twijfel, dat de bepaling, in hoeverre die wetgever zal worden geroepen, van dat, door de Grondwet gevorderde, regeeringsreglement afhangt. Doch ik zie niet de minste beweging in de laatste jaren om ons in het bezit van zoodanig reglement te stellen. Het is evenwel noodzakelijk en lijdt geen uitstel, want de Grondwet schrijft het voor; de Grondwet van 1848; het voorschrift is dus reeds twaalf jaren oud. Men klaagt over de onzekerheid van den toestand van West-Indië, en hetgeen in de eerste plaats die zekerheid moest vestigen, wordt niet verricht. In allen gevalle, het Gouvernement is verplicht, ons een reglement op het beleid van de regeering in West-Indië voor te dragen, waarvan alle andere maatregelen moeten afhangen. Hoe is het nu te verklaren of te rechtvaardigen, dat het Gouvernement, alvorens aan de Grondwet voldaan zij, zulke maatregelen van wetgeving, als bij het besluit van 28 December 1859 w:orden voorgeschreven, eigenmachtig, zonder overleg met de Stat en-Generaal, neme?

Hoe het zij, ik vereenig mij volkomen met hetgeen in het ontwerp-adres is uitgedrukt. Wat men ook ten aanzien van West-Indië doe of beproeve, de toestand zal niet gevestigd zijn, dan nadat aan het grondwettelijk voorschrift gevolg zal zijn gegeven.

De minister van koloniën diende uitvoerig van antwoord. De commissie, zeide hij, die met de samenstelling van nieuwe burgerlijke wetboeken voor de West-Indische koloniën was belast geweest, had reeds geruimen tyd geleden hare taak volbracht en ontwerpen van nieuwe wetboeken ingezonden. Wat moest nu gebeuren? Twee wegen stonden open. Men kon de ontwerpen eerst nog in de koloniën laten onderzoeken, en daarna, behoudens nadere bekrachtiging, invoeren, óf men moest de ontwerpen hier te lande aan de raadpleging onderwerpen, welke volgens de grondwet noodig is. De kamer zelve had echter op invoering der wetgeving vóór de emancipatie der slaven aangedrongen. Toen was een uitnemend rechtsgeleerde met het noodige onderzoek in de koloniën belast

Sluiten