Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geworden. Xaar aanleiding van die zending was aan de gouverneurs van de \\ est-Indische koloniën de macht gegeven, om op voorstel van dien specialen commissaris de nieuw ontworpen regeling, voor zooveel noodig gewijzigd, voorloopig in te voeren, behoudens nadere goedkeuring door den koning. \ olgens de thans bestaande regeeringsreglementen kon aan de gouverneurs die bevoegdheid worden gegeven. Ook in Oost-Indië was indertijd zoo gehandeld.

Ik ben den Minister erkentelijk, dat hij ons, en met zooveel uitvoerigheid, zijne wijze van zien heeft willen doen kennen. Ik zal nu niet, ot zoo min mogelijk, terugkomen op de punten, die ik heb aangevoerd, en mij met enkele opmerkingen over de rede van den Minister vergenoegen. In hoeverre de Minister eene oplossing heeft gegeven van de bedenkingen, die ik de eer had voor te diagen, laat ik ter beoordeeling van de Kamer, en met te meer gerustheid, daar, volgens hetgeen de Minister ons heeft gezegd, bij de aanstaande beraadslaging over het nieuw ontwerp tot afschaffing van de slavernij deze punten opnieuw onder de aandacht der Vergadering zullen worden gebracht.

De Minister zeide: „onderzoek ter plaatse was noodzakelijk." Ik meen niet een enkel woord te hebben gezegd om zoodanig onderzoek at te keuren. Ik begrijp dat er omstandigheden kunnen zijn, waarin, buiten de koloniale autoriteiten, het Gouvernement tot instelling van dergelijke enquête geroepen ja verplicht is. Maar de vergelijking, welke de Minister maakt van hetgeen in Oost-Indië gebeuld is, van den last toen opgedragen aan den heer Wichers, met den last nu opgedragen aan den heer Metman? Ik meen toch, dat er tusschen de beide meer dan één punt van verschil bestaat. Vooreerst het tijdstip; en verschillende tijden hebben verschillende eischen. Toen de last aan den heer Wichers werd opgedragen, had men geene Grondwet, waarin geschreven stond, dat het reglement op het beleid moest worden vastgesteld door de wet. Ook was, zoo ik mij niet bedrieg, de Raad van State gehoord over de wetboeken, welke de heer Wichers in overleg met den GouverneurGeneraal in (>ost-Indië zou invoeren. L)e Minister beroept er zich op, dat de heer Wichers, in overleg met den Gouverneur-Generaal, wijzigingen, aanvullingen in die wetboeken kon brengen; wijzigingen en aanvullingen waarover de Raad van State dan later moest worden gehoord, alvorens de Koning bekrachtigde. Hier daarentegen, meen ik, hebben wij met eene zoogenaamde wetgeving te doen, waarover de Raad van State in het geheel niet gehoord is.

De last, bij het besluit van 28 December 1859 aan de Gouverneurs gegeven, is, beweert de Minister, overeenkomstig met het bestaande Regeeringsreglement. Daarbij, dunkt mij, Mijnheer de \oorzitter, zou ik den Minister mogen tegemoet voeren, wat hij, van die groene tafel, wel eens aan een bestrijder toeriep: la légalité

Sluiten