Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet doeltreffend voor; het schijnt mij de eenvoudigste, degelijkste en voordeeligste manier van aanbesteding, door dengene, die het werk aanneemt te verrichten, tevens de materialen te doen leveren.

Er is daaraan bovendien een gevaar verbonden, dat tegen alle ontijdige aanschaffing van materialen, en ook van voertuigen, pleit, het gevaar, dat de eischen van spoorwegwerken na eenige jaren veranderd zijn: hetgeen men nu bestelt om over eenige jaren te worden gebruikt, zou dan wel eens niet meer kunnen voldoen. De Minister weet, welke wijzigingen de rads allengs hebben ondergaan; welke zal de maatstat voor de rails over drie, vier of vijfjaren zijn? Zullen zij dan van gewoon ijzer of van staal moeten zijn? Het risico van zulke veranderlijke eischen moet men op de voorwaarden der toekomstige uitbesteding van den bouw der wegen laten aankomen.

De verlegenheid der Regeering met al die millioenen, waarvoor zij eene besteding zoekt, is natuurlijk; want de werkzaamheden, die in het eerste jaar kunnen gedaan worden, zijn eenvoudig; des te uitgebreider daarentegen zullen zij in volgende jaren kunnen zijn.

De Minister gewaagde van de commissie tot uitvoering. Daar ik mij vereenigen kan met de denkbeelden, eenige dagen geleden daaromtrent in het midden gebracht door het geachte lid uit Steenwijk (den heer Storm van 's Gravesande), en verwacht dat hij zijne redenen ook nu tegen hetgeen de Minister heeft aangevoerd zal doen gelden, ga ik dat punt voorbij.

Mijne overtuiging, dat wij verplicht zijn, in het belang èn der zaak èn der Regeering zelve, eene begrooting te eischen van het bestek der verrichtingen voor het volgend jaar, is zoo levendig, dat ik zal voorstellen dezen post nu te verminderen, waartegenover ik van de Regeering gaarne de belofte zal ontvangen, dat zij binnen den kortst mogelijken tijd, die niet langer dan tot Februari aanstaande behoeft te duren, ons eene begrooting zal overleggen, waarbij de bestemming van de som, thans uit te trekken, en van die. welke de Regeering zal goedvinden daarbij te voegen, tot bepaalde einden geregeld worde. Ik stel alzoo voor, van dezen post voor het oogenblik 10 millioen af te trekken en hem dus te brengen op 3 millioen.

Xoch de minister, noch de heer Mackay hadden de beteekenis van liet amendement juist begrepen. De spoorwegwet, zeide de heer Mackay, eischte toch, dat jaarlijks tien millioen op de begrooting zouden worden gebracht.

Ik dacht, dat de beteekenis van mijn amendement duidelijk was. Evenwel, na hetgeen ik den geachten spreker uit Arnhem (den heer Mackay) en den Minister heb hooren zeggen, wil ik daarover

Sluiten