Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ondervinding aan. De Memorie van Beantwoording zelve getuigt het.

Vooreerst wanneer de Minister ons verhaalt, in § 7, bladz. 9, hoe liet met het plan om een strafwetboek voor Indie te vervaardigen, is gegaan. Het komt hierop neêr, dat men met de zaak verlegen was en die liet liggen. De Minister veroorlove mij te zeggen, dat mij dat niet verwondert; want hetgeen wij tot dusver in zaken van koloniale wetgeving zagen, bewijst niet dat het Departement in het bezit is van organen om goede wetten tot stand te brengen.

Een tweede voorbeeld is hetgeen de Minister ons in § 6 over het drukpersreglement verhaalt. Hier bevind ik mij met den Minister op hetzelfde terrein, en wensch ik hem vooral de eer te bewijzen, die hem toekomt. De Minister — ik zeg dat zonder vrees tegenspraak van zijne zijde te ontmoeten, — gevoelig voor hetgeen de toestand van Indie vordert of verdraagt, voor de behandeling, welke men aan de maatschappij aldaar aandoet, was over het drukpersreglement verontwaardigd. Hij heeft dan ook de toezegging gedaan, dat het zou worden herzien bij de wet. Dat is evenwel tot dusverre niet gebeurd.

Een derde, sprekend voorbeeld, waarop ik later zal terugkomen, is de in § 10 aangeroerde geschiedenis der herziening van het tarief van in- en uitgaande rechten.

En hoe is het gelegen met de indiening van het ontwerp van wet tot regeling van hetgeen men de Indische comptabiliteit pleegt te noemen? Ik zeg daarvan slechts twee woorden.

Vooreerst, dunkt mij, kan geene plichtsvervulling voor den Minister van Koloniën zóó zeer een punt van eere zijn, als de indiening dier verlangde en gevraagde wet.

Op bladz. 3 zijner Memorie, sprekende van de uitgaven voor Indie, zegt de Minister, dat hij, het Departement van Koloniën aanvaardende, dit gedaan heeft in de onderstelling dat in het vervolg alleen over verkregen baten ten behoeve van het moederland zal worden beschikt. Verkregen naar wiens bepaling of oordeel? Naar het oordeel alleen van den Minister van Koloniën.

In dezelfde § 1 aan het slot spreekt de Minister van de verbetering der middelen van vervoer op Java, en zegt hij, dat deskundigen zijn uitgezonden om daaromtrent aan de Regeering voorstellen te doen. Ik wacht het resultaat, dat wellicht eerst na jaren bekend zal zijn; doch ik wil niet verbergen dat ik voor die zendingen van zoogenaamde deskundigen weinig krediet heb. Vele commissiën zijn sedert eene reeks van jaren naar Java gezonden, en wat heeft de uitkomst doorgaans geleerd? Men heeft menschen gezonden, meer of minder deskundig, aan wie men de gunst wel wilde bewijzen, om als commissie naar Java te vertrekken, menschen die,

Sluiten