Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In betrekking hiertoe herinner ik een punt uit onze parlementaire geschiedenis van de laatste jaren; eene herinnering, die zich wel sluit aan eene opmerking van den geachten spreker die mij vooraf ging. Onder de Ministers die wij in dat tijdvak zagen optreden was er een, die bij zijne optreding een vast stelsel scheen te hebben , tegenover het mijne zoo vierkant gericht als van eenig stelsel zou kunnen worden beweerd. Na eenige maanden werd de eerste begrooting van dien Minister in discussie gébracht en niet weinigen van mijne politieke vrienden oordeelden die begrooting aanstonds te moeten afstemmen. Mijne meening was anders, en ik heb daarnaar gehandeld; ik meende dat men ook aan dat stelsel het recht van discussie moest gunnen, en afwachten of het die overleven zou. En het zou denkbaar zijn, dat ik ten aanzien van een Ministerie, hetgeen voor mij het meest gewenschte van alle Ministerien is, ten aanzien van een liberaal Ministerie begon, aanstonds bij zijne optreding de personen af te keuren, en, voor zooveel van mij afhing, te verwijderen?

Ten slotte de vraag die ik doe als bondgenoot van dit Ministerie, gelijk ik meen als zijn bondgenoot te hebben gesproken: wat zal ik antwoorden wanneer men vraagt: hoe ver heeft ons nu het programma gebracht? Hoeveel verder zijn wij daarmede gekomen dan wij bij de optreding van vorige Ministerien waren?

De wijze, de geest, waarin wij in de laatste jaren Ministerien hebben zien samenstellen en besturen, het is eene treurige waarheid, maar het is eene waarheid, heeft de kracht van regeeren in Nederland doen zinken. En nu wensch ik bovenal een helder en volkomen antwoord te kunnen geven aan een ieder die vraagt: waarborgt de samenstelling, waarborgt het programma van dit Ministerie dat die kracht weder zal worden opgebeurd?

Ik heb over het pogramma gezegd wat ik voor dit oogenblik verlangde te zeggen. Vraagt men mij nu opnieuw: wilt gij het programma met uwe stem goedkeuren? dan antwoord ik: het thema is schoon: „een liberaal Ministerie, een Ministerie dat wil handelen." Dat thema, dat schoone thema, zal ik niet verwerpen, al komt de paraphrase mij soms wanklankig voor. En ziedaar tevens het antwoord op de vraag welke beteekenis mijne stem over dit hoofdstuk der begrooting hebben zal.

1 Juli. Ontwerp van wet op de nationale militie. Artikel 1. In het ontwerp stond: „Jaarlijks geschiedt eene lichting voor de militie.

„Zij bedraagt niet meer dan één man op elke drie honderd inwoners. „Dit getal wordt jaarlijks berekend naar de op den ijlsten December van het vorig jaar in het rjjk aanwezige bevolking."

Amendement van den heer Th., het artikel door de volgende twee te

Sluiten