Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minste is het waar, dat door zwijgen de hartstocht niet wordt gesust.

Op het oogenblik, verklaarde de minister van binnenlandsehe zaken, kon nog geene beslissing worden genomen. De nieuwe plannen moesten eerst nog worden onderzocht.

Ik ben van het gevoelen van den Minister, dat hij in de laatste plaats te kennen gaf. De Regeering moet met volkomen vrijheid overwegen, of bij een plan, met indijking en dus landaanwinning gepaard, uitvoering voor staatsrekening dan bij concessie de voorkeur verdiene. Daarvan spreek ik nu niet.

Twee andere punten wil ik den Minister evenwel in herinnering brengen. Vooreerst, dat in het algemeen de voet, waarop nu in Amsterdam de wijze van uitvoering schijnt verlangd te worden, geene nieuwigheid is; op inpoldering was ook liet oorspronkelijke plan gegrond. Derhalve kan, wat het Gouvernement betreft, het onderzoek niet eerst te beginnen zijn; er moet reeds onderzocht of het nieuw onderzoek althans meer dan voorbereid zijn.

In de tweede plaats. De Minister zegt ons, dat hij den Waterstaat raadpleegt. Maar de Waterstaat heeft zich in het laatste verslag juist tegen zoodanige wijze van uitvoering, als nu ter sprake is, verklaard. Meer zeg ik op dit oogenblik niet.

29 October. Ontwerp van wet tot regeling van de samenstelling en de hevoegdheid van den raad van state. Artikel 21. „Door Ons worden bij den Baad van State ter overweging gebracht alle voorstellen, door Ons aan de Staten-Generaal te doen, ot door de Staten-Generaal aan Ons gedaan, alsmede alle maatregelen van inwendig bestuur van den Staat en van zijne koloniën en bezittingen in andere werelddeelen."

Amendement van den heer van Eek, aan het artikel toe te voegen: „Algemeene maatregelen van inwendig bestuur zijn verordeningen des Konings door de Grondwet of de wet gevorderd."

Amendement van den heer Th., achter het laatste woord van het regeeringsopstel te doen volgen: „door Ons tot uitvoering der wetten te nemen". Toelichting van het amendement.

Ik wacht gaarne wat het geëerde lid uit Middelburg (de heer van Eek) zal zeggen tot ondersteuning van zijn amendement; voor het oogenblik vergenoeg ik mij met de opmerking, dat zijn voorstel mij te wijd voorkomt; en met aanduiding van hetgeen mij toeschijnt bereikbaar, nuttig en noodig te zijn. En dat is, zoodanige gedachte in de wet te vestigen, die leide zonder te belemmeren.

De vraag, wat is het onderwerp eener wet, wat het onderwerp van een algemeenen maatregel van bestuur? laat ik daar. In zeer

Sluiten