Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik heb enkel te zeggen, dat in het stelsel van dit amendement wellicht eene verschikking van dit artikel en van de volgende goed zal worden gevonden.

In het stelsel van dit amendement zou niet de gansche Raad worden gehoord maar enkel eene afdeeling. Het zou — en indien het wordt aangenomen behoud ik mij voor daarop terug te komen — op art. 21 de tegenwoordige artt. 24 en 25, gevallen betreffende, waarin de geheele Raad wordt gehoord, moeten laten volgen, dan de artt. 22 en 23, waarin slechts het hooren van afdeelingen wordt gevorderd.

De minister wilde van het amendement niet weten.

De Minister put eene reden tegen mij uit de beperktheid van mijn voorstel, om van gemeenteverordeningen alleen die welke belastingen betreffen aan het advies van den Raad te onderwerpen. Waarom niet andere, even gewichtige verordeningen? De voorsteller, zegt de Minister, ziet zelf tegen den omslag op. De Minister heeft zich de beslissende reden niet herinnerd; het zijn alleen de gemeenteverordeningen, die belastingen betreffen, welke aan de goedkeuring van den Koning worden onderworpen.

Vernietiging, zegt de Minister, is een exceptioneel geval; daarbij komt het aan, het onderzoek met alle waarborgen te omringen. Het verleenen of onthouden van goedkeuring is eene gewone zaak; moet dan niet die dagelijksche zaak aan een even goed en deugdelijk onderzoek worden onderworpen, als hetgeen zeldzaam voorkomt? Zijn niet de motieven of gronden gelijk? Indien vernietigd wordt, dan geschiedt dat vanwege strijd met de wet of met het algemeen belang; is het, wanneer goedkeuring wordt verleend of onthouden, anders? Met de wet en het algemeen belang zijn, in het laatste geval, al de artikelen van somtijds zeer uitvoerige verordeningen te vergelijken, die aan een nauwgezet onderzoek bij het Ministerie onderworpen worden. Dat onderzoek wensch ik te doen controleeren door een zelfstandig college. Eene controle, dunkt mij, nuttig voor den Minister en voor de zaak.

De Minister zegt: dat onderzoek zal te omslachtig zijn; hij zegt tegelijk dat zoovele belastingverordeningen van een zoo eenvoudigen aard zijn, dat het niet de moeite waard seliijnt, daarover eene afdeeling van den Raad te hooren. In de laatste onderstelling zal ook het onderzoek bij het college zeer spoedig afloopen; eveneens als het hooren over honderd eensluidende waterschapsreglementen niet vertragen zal.

De geachte spreker uit Arnhem (de heer Mackay) wenscht dat het nader onderzoek niet aan eene afdeeling, maar aan den ganschen Raad worde opgedragen. Ik acht het bezwaar om het een

Sluiten