Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechterschap, vervolgens door de ministerieele verantwoordelijkheid niet genoegzaam verzekerd; zij worden slechts verzekerd, wanneer men in den Raad van State eene onafhankelijke, souvereine rechtsmacht vestigt.

Mijnheer de Voorzitter, men zou hierover een halven dag kunnen spreken; ik zal volstaan met een enkel woord. Ik laat de vraag daar, of de ministerieele verantwoordelijkheid zich niet over het bestuur, voor zooveel het van de Kroon afhangt, in zijn ganschen omvang en al zijne takken moet uitstrekken; ik laat ook daar, schoon het wel in het oog mag worden gehouden, dat geschillen van bestuur geenszins alleen over gekrenkte rechten van ingezetenen worden gevoerd; bij zeer vele geschillen van bestuur wordt, zonder dat daarin rechten of belangen van bijzondere ingezetenen dadelijk zijn betrokken, door de beslissing rechtstreeks in den gang van het bestuur gegrepen. Doch ik neem aan, dat het alleen op gekrenkte rechten of wettige belangen van ingezetenen aankome; en dan houde ik met volle overtuiging staande, dat de waarborgen, die wij ten gevolge van deze regeling zullen hebben, grooter zijn dan die welke eenig souverein rechterschap van den Raad van State ons zou kunnen schenken. Wat zullen wij nu hebben? Wij zullen hebben rechterlijke instructie, publiek debat, gemotiveerd vonnis of arrest, en daarnevens of daarenboven zullen wij hebben de ministerieele verantwoordelijkheid. Wanneer dat vonnis of arrest, dat nu als advies zal worden gewezen, ware een souverein arrest, waartegen niemand ooit kon opkomen, zou dat voor de rechten of belangen der ingezetenen te wenschen zijn? Mij dunkt neen. Wij vinden in deze instelling alle noodige waarborgen, en meer middelen van herstel tegen verkeerde beslissing, dan bij een souverein rechterschap mogelijk is.

Ten laatste geef ik nog, zonder een amendement voor te stellen, hetgeen mij hierin niet de moeite waard schijnt, eene andere redactie aan de Regeering in bedenking.

Er staat in art. 23: „Eene afdeeling van den Raad wordt door Ons gehoord": klinkt dit, na, de vaststelling van art. 13, niet vreemd ?

„over elke uitspraak over geschillen van bestuur": drukt dit wel de meening uit? Niet over eene uitspraak wordt de afdeeling gehoord; zij draagt die integendeel voor.

„die bij Ons behoort": is dit wel volkomen juist? Het kan gebeuren, dat een geschil van bestuur onderworpen worde aan den Koning, waarin de Koning niet competent ware. Maar ook in dit geval moet het adviseerend rechterschap van den Raad van State werken tot verklaring der onbevoegdheid.

Ik geef dus aan de Regeering in overweging, en ik laat het aan haar over, eene redactie te kiezen, als bij voorbeeld deze: De

Sluiten