Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

departementen, in zaken van bestuur of wetgeving, des gevraagd, van voorlichting."

Wanneer het artikel aldus wordt gelezen, zal het advies in gewone gevallen worden gevraagd aan die afdeeling, die in betrekking staat met het departement, waarvan de vraag voorkomt; maar het vragen van advies aan andere afdeelingen is dan niet uitgesloten.

Art. 28. Het ontwerp bepaalde aanvankelijk: „In alle gevallen, waarin de raad moet worden gehoord, wordt de overweging l>y hem aanhangig gemaakt door de hoofden der ministerieele departementen, krachtens telkens door Ons te verleenen machtiging."

Tijdens de discussie stelde de minister voor, den aanhef te lezen: „In alle gevallen, waarin de raad of de afdeeling, welker samenstelling geregeld is in liet tweede lid van art. 13,. moet wou'.en gehoord, enz.'-

Toen de Minister ons eene wijziging aankondigde, dacht ik dat die eene andere leemte van het artikel zou verhelpen. Hetgeen hij voorstelt, geschillen van bestuur betreffende, kon, voor zooverre dat nog niet bij art. 36 geregeld is, daar geregeld worden. Doch ik meende dat de woorden van het artikel: „waarin de Raad moet u-orden gehoordvervangen zouden worden door „wordt gehoord." Zooals het er nu staat, schijnt de bepaling enkel te betreffen de gevallen, waarin het hooren van den Raad verplichting is; maaier zijn ook andere gevallen, dan wanneer de Raad, zooals hier omschreven wordt, gehoord moet worden; dan is dat hooren evenzeer eene regeeringshandeling, en er wordt geene regeeringshandeling door den Koning gepleegd dan met den verantwoordelijken Minister. Ik denk dus, dat in art. 28 behoort te worden gelezen: „waarin de Raad wordt gehoord."

Indien, meende de minister, het hooren van den raad facultatief was, moest de koning van die bevoegdheid gebruik kunnen maken, ook zonder medewerking van den minister.

Bij de algemeene discussie hoorde ik den Minister met genoegen spreken over de Regeering, waarvan de Koning het hoofd is en waarvan de Ministers de verantwoordelijke leden zijn. Met genoegen hoorde ik, dat de Minister zich verzette tegen de leer, welke den Koning en de Ministers van elkander afzondert. En nu zou die afzondering toegelaten worden ? Wanneer de Koning — en de Koning dat is de Koninklijke Regeering — den Raad van State hoort, dan geldt het eene zaak van Regeering en het hooren van den Raad van State is eene Regeeringsverrichting. Het besluit, dat de Koning neemt om den Raad van State te hooren, is eene Koninklijke beschikking, vallende onder art. 73

Sluiten