Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Regeering; dat is sedert langer tijd, dan wij hebben genomen om, over hoeveel schijven onze werkzaamheden ook moeten loopen, de rapporten op te maken, te resumeeren, en in handen der Regeering te doen komen.

Ten slotte zeg ik: deze Kamer is geen college van dagelijksche besognes, geen commissie die naar huis gezonden wordt, wanneer er voor het oogenblik geen papieren ot' werk meer op de tafel liggen. Wij zijn de Vertegenwoordiging van het Land en verplicht niet alleen om deze of gene ontwerpen van wet dié men ons voorlegt, te behandelen, maar om op den algemeenen gang van zaken steeds een open oog te houden. Dit is de hoofdgrond waarop ik mijn voorstel aandring.

Ik heb geene aanleiding om voor de Ministers te spreken. Anders zou ik nog zeggen, dat het voorstel, mijns inziens, in het belang der Ministers zeiven strekt, om eene zeer eenvoudige reden. Is er geen tijd bepaald, dan heeft men veel tijd, en de Minister is niet zoo volkomen meester over zijne ambtenaren om telkens het werk te zien afdoen op den dag, waarop hij het gaarne afgedaan zag. Maar is een tijd bepaald, zit de Vertegenwoordiging, dan zal men een prikkel hebben en spoediger gereed zijn.

Hot voorstel werd met 42 tegen 18 stemmen verworpen.

30 November. Staatsbkorooting voou het dienstjaar 1862. Algemeene beraadslaging.

De minister van Zuylen van Nijevelt was enkele weken te voren uit het kabinet getreden. Een verschil omtrent de koloniale politiek, reeds vroeger vermoed (vergel. hiervóór blz. 360 v.), was sedert in den boezem der regeering aan den dag gekomen, en door het aftreden van den kabinetsformateur opgelost.

I)e algemeene beraadslagingen over de staatsbegrooting, den 25sten begonnen, waren met meer dan gewone warmte gevoerd. De positie van het kabinet bleek door het uittreden van den heer van Zuylen niet versterkt te zijn. Zij die in Indie eene ..behoudende" politiek wenschten te volgen, waren erdoor ontstemd; aan den anderen kant echter waren zij, die hier te lande eene vaste liberale politiek verlangden, zoolang nog de heer v. Heemstra zitting in het ministerie bleef houden, geenszins gerustgesteld.

Bij de algemeene discussie was bovenal ook het koloniaal beleid tot onderwerp van debat gemaakt. Inzonderheid was het cultuurstelsel besproken. In eene uitvoerige rede had de minister van koloniën zijne denkbeelden nader aan de kamer blootgelegd. Ten slotte had hij te kennen gegeven, aanneming zijner begrooting als een votum van vertrouwen in zijn beleid te zullen aanmerken.

Antwoord aan den heer van Zuylen van Nyevelt.

Men houdt op dezen, zoo ik meen laatsten, dag der algemeene discussie geen redevoering meer, en ik heb dan ook niet dan eene enkele beschouwing en eene enkele vraag.

Sluiten