Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

systeem van den Minister, volstrekt niet aan. De Minister toch wil uitvoering van het gebod der wet, het regeeringsreglement. Men heeft wel eens, wanneer er sprake was van vrijen arbeid, dien mystificatie genoemd, maar dat zou de ergste mystificatie van alle zijn wanneer men zeide: wij willen volgens de wet vrijen arbeid, maar gelukt die niet, dan hebben wij altlians nog dwang achter de hand.

Ik wensch derhalve eene verklaring van den Minister. Van mijne zijde val ik hem niet lastig, Mijnheer de Voorzitter, met de millioenen, die andere leden op zijnen weg stapelen om dien te versperren. Ik zou integendeel wenschen. dat wij ons konden ontwennen op die millioenen te leunen. Ik acht dit zelts plicht, voor de toekomst niet alleen van Java, maar voor de financiën' en de economische ontwikkeling hier te lande. En ik geloof dat men dien plicht kan inzien, gevoelen en, zoowel hier als overzee, betrachten, zonder dat men prijs geeft hetgeen de schatkist voor' het oogenblik nog volstrekt behoeft.

Een woord nog betreffende de eerste rede van den geachten afgevaardigde uit Zwolle (den heer van Zuylen van Nyevelt). Ik onthoud mij niet den geachten afgevaardigde mijne erkentelijkheid te betuigen voor het genoegen, waarmede ik die gansclie rede heb gehoord. Daarin was een toon van oprechtheid en overtuiging, die, algemeen betracht, tot een goede verstandhouding leiden moet;' ook met hen, met wie men in gevoelen verschilt. De geachte afgevaardigde vindt in de Grondwet twee elementen: een oud, conservatief, en een nieuw, liberaal element. Ik zie geen kans om zoo menig misverstand, dat in den loop dezerdiscussie ontstaan is, ter zijde te brengen, maar dit misverstand zou ik toch hoogst ongaarne laten bestaan.

De geachte spreker zeide, niet van de meenirig te zijn van een lid dezer Kamer, dat alleen de mannen van 1848 het recht hebben om de Grondwet in toepassing te brengen en aan gindsche tafel te zitten.

Mijnheer de Voorzitter, de geachte spreker heeft nooit iets gezegd, waarmede ik zóó overeenstem. De Grondwet, hetgeen ik voor de Grondwet kan hebben gedaan, zou het doel volkomen hebben gemist, indien waar ware hetgeen de geachte afgevaardigde heeft tegengesproken. De Grondwet is niet zoo bekrompen, dat zij alleen voor de mannen van 1848 gemaakt zou zijn, of door hen alleen in toepassing zou kunnen gebracht worden. De Grondwet is voor allen, en bestemd ons te overleven. Wanneer alzoo de geachte spreker zegt: de Grondwet laat ook voor een conservatief Ministerie vrijheid, dan ben ik geheel en al van zijn gevoelen. Ik zou zelfs gaarne een conservatief Ministerie aan het werk zien. Ik heb nooit, noch zal ik ooit een Ministerie, dat andere beginse-

Sluiten