Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opnieuw verklaarde de minister, aan de kamer alle inlichtingen te willen geven , die zij zou verlangen; doch wat zou hij, na de enquête der kamer nog verder kunnen mededeelen? Overigens, de zaak was den minister tijdelijk ontgaan.

Ik neem genoegen, wanneer de Minister zegt: „ de zaak is mij ontgaan; zij is mij niet voorgelegd, vandaar het uitstel." Ik moet er evenwel bijvoegen, dat op het punt, waarover de vraag aan den Minister in het Voorloopig Verslag gedaan is, en waarover ik nu het verzoek vernieuw, het geven van inlichting inderdaad zoo moeilijk niet is. Wat toch wordt bedoeld? Hetgeen ik vraag betreft de tolregeling. Is de bestaande tolregeling, getoest aan de instructie, die uit de enquête voortvloeide, rechtvaardig en billijk? Ik ben genegen te gelooven, dat wanneer de Minister het gedeelte der enquête, daartoe betrekkelijk, raadpleegt, hij tot het besluit zal komen, dat hetgeen bestaat noch rechtvaardig, noch billijk is.

Op dit punt roep ik een ernstig onderzoek van de zijde des Ministers in.

12 December. Artikel 87. Subsidiën aan besturen, maatschappijen, instellingen en personen, als bijdragen tot de bekostiging van werken. In het artikel waren opgenomen een aantal reeds vroeger verleende subsidiën , en daarenboven eene reeks nieuwe subsidiën. De heer van Bosse had voorgesteld, het artikel in drie afzonderlijke artikelen te splitsen: art. 87, doorloopende subsidiën, art. 87a subsidiën voor werken, waarvoor op vroegere begrootingen reeds subsidiën waren toegestaan, en art. 87b, nieuw te verleenen subsidiën. De heer Dullert had daarop weder een sub-amendement ingediend, art. 876 te splitsen in twee afzonderlijke posten: 876 nieuwe subsidiën tot bekostiging van werken, en 87c voor te verleenen subsidiën. De laatste post zou dan moeten dienen voor subsidiën, die thans nog niet konden worden aangeduid. Het sub-amendement van den heer Dullert was verworpen; de wijziging, door den heer van Bosse voorgesteld was goedgekeurd.

Op 12 December kwam artikel 87b in behandeling. Toen stelde de heer van Bosse voor, den post te verminderen met de sommen uitgetrokken voor: herstel der zeeweringen van de Zeven grietenijen en de stad Sloten, een paar straatwegen in Noord-Holland, en een weg van Beilen naar Westerbork, terwijl hij van de f 30,000. die de regeering had uitgetrokken voor niet genoemde subsidiën, slechts ƒ10,000 wilde behouden. De heer Betz daarentegen, verlangde de sommen voor alle in den toelichtenden staat genoemde subsidiën te schrappen en slechts de /' 30,000 te behouden. Dan kon, meende hij, aan den minister worden overgelaten, die som te verdeelen, zooals hem goed dacht; ook zou een strijd over lokale belangen in de kamer erdoor kunnen worden vermeden.

Antwoord aan den heer van Goltstein.

Ik zal niet treden in de zoogenaamde lokale belangen, die hier ter sprake zijn gebracht. Ik zeg: zoogenaamde lokale belangen,

Sluiten