Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want in mijn zin, waar het verleening van een subsidie van rijkswege geldt, daar moet het niet alleen noch voornamelijk lokaal belang gelden.

Ik heb slechts eenige algemeene opmerkingen inzonderheid met betrekking tot het amendement, door den geachten afgevaardigde uit Zutphen (den heer van Bosse) voorgedragen.

Vooraf ben ik evenwel verplicht een enkel woord te zeggen over hetgeen ik van het geachte lid achter mij gezeten, den heer van Goltstein, hoorde, en over een enkel punt van de rede van den Minister.

Het geachte lid uit Amersfoort (de heer van Goltstein) is, voor een oogenblik, andermaal op het terrein gekomen mef het wapen, waarmede hij mij in deze vergadering dikwerf heeft bestreden. Dat wapen is de stelling: het stelsel van subsidiën heeft de strekking 0111 het vertrouwen op eigen krachten uit te dooven.

Mijne Heeren, wanneer en waar het stelsel van subsidiën die strekking heeft, daar veroordeel ik, zeker niet minder sterk dan de geachte afgevaardigde uit Amersfoort, dat systeem. Maar het beginsel van subsidieeren is, in mijn geest, een gansch ander beginsel. Het is in mijn geest opwekking eener kracht, welke zonder die hulp niet tot ontwikkeling zou zijn gekomen; dus: vermenigvuldiging van kracht bij behoud van zelfstandigheid. Ik vergelijk in dat opzicht het beginsel van subsidieeren met het onderwijs. Ook het onderwijs kan strekken om eigen, oorspronkelijke kracht uit te dooven, maar het moet strekken om die te ontwikkelen. Alles komt, zoowel bij het subsidieeren als bij het onderwijs, aan op de wijze en op de maat.

En daarin is tevens het antwoord gelegen, Mijnheer de President, dat ik aan den Minister heb te geven. De Minister verwijt den afgevaardigde uit Deventer, dat hij nu gestemd heeft voor eene splitsing, ofschoon hij die splitsing wel wist af te weren toen hij Minister van binnenlandsche zaken was. Men neme het mij niet kwalijk: wanneer het subsidieeren staat onder mijne leiding of wanneer ik zie subsidieeren naar mijne beginselen, dan zal ik handelen gelijk ik gehandeld heb in 1850 en in de volgende jaren; en men zal mij niet zien wankelen of ik d&ór zit dan hier. Maar wanneer ik het zoogenaamde stelsel van subsidien op een gansch andere wijze zie toepassen: wanneer ik het zie ontaarden in begunstiging, in protectionisme; wanneer ik althans bij voorgestelde subsidien mijne beginselen niet kan wedervinden, dan zal ik niet meer kunnen verdedigen hetgeen alleen volgens die beginselen voor verdediging vatbaar is.

Het amendement van den geachten afgevaardigde uit Zutphen.

Mij dunkt, in het stelsel van dat amendement zou passen, wanneer de f30.000, voor subsidien zonder naam uitgetrokken, geheel verdwenen.

Sluiten