Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat blijkt, mijns inziens, door eene vergelijking van art. 87b met art. 87a. Art. 87a bevat de subsidiën, krachtens vroegeir begrootingen toegestaan, en kan nu de beteekenis van art, 87b eene andere zijn dan aanwijzing van het cijfer der subsidiën, welke de Regeering uit de begrooting van het aanstaande jaar zal kunnen verleenen? Subsidiën, in den geest van het amendement, op den toelichtenden staat uit te trekken.

Ik vrees niet zoozeer als de geachte afgevaardigde uit Rotterdam (de heer Betz) den strijd van lokaliteiten. Immers de Kamer is daar, om aan dien strijd zulk een einde te maken, als het algemeen belang vordert. Het schijnt mij alleszins redelijk, dat, gelijk tot dusver, de bestemming, welke het Gouvernement aan de beschikbare som denkt te geven, in den toelichtenden staat verklaard, en aan het oordeel der Kamer onderworpen worde. Dit onderzoek geschiedt eerst in de sectiën; op de daar gemaakte bedenkingen antwoordt de Minister schriftelijk, en daarna begint het publiek, het mondeling debat in deze vergadering. Dit is behoorlijk, en deze wijze van behandeling verdient, dunkt mij, de voorkeur boven het uittrekken, volgens het amendement van het geachte lid uit Rotterdam (den heer Betz), van een algemeen cijfer zonder nadere bestemming. Geen Minister kan schromen om hier de gronden bloot te leggen, waarop hij meent, dat in het aanstaande jaar bepaalde subsidiën behooren te worden verleend.

Er is, naar mijne meening, eene tweede reden, waarom het cijfer, uitgetrokken bij art. 87fc, in het stelsel van het amendement van den heer van Bosse niet grooter moet zijn dan het gezamenlijk bedrag der bepaalde subsidiën, die men goedkeurt. Wat kan met f 30,000 voor ongenoemde subsidiën, eene som in het amendement van het geachte lid uit Zutphen tot f 10,000 verminderd, worden uitgericht? Wat is daarmede in de laatste jaren uitgericht? Het is meermalen opgemerkt en nu weder in het Voorloopig Verslag, dat die f 30,000 aan kleine giften zijn heengegaan. Wat is ook in den regel anders te wachten? De som is te klein om daarmede iets degelijks te doen of eene onderneming van langeren adem te helpen; en van de besteding geschiedt aan de Kamer geene verantwoording, tenzij men die, na ontvangst van de rekening, aan den Minister mocht vragen, dus eenige jaren nadat de subsidiën zullen zijn uitgegeven. Schijnt het alzoo niet juister en beter, in plaats van eene geringe som van f 10,000 of van f30,000, die in nietige bijdragen zonder controle verspreid wordt, desnoods een grooter cijfer, maar verdeeld over bepaalde, in den toelichtenden staat genoemde subsidiën, waarover de Kamer, voor dat zij worden verleend, kan oordeelen, beschikbaar te stellen?

Nog eene opmerking betreffende het amendement van het geachte lid uit Rotterdam (den heer Betz); een amendement, zoo

Sluiten