Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanbeveelt, en voor de leus het advies liooren van burgemeester en wethouders. Dit is geheel en al in strijd met den samenhang, waarin de schutterij met het plaatselijk bestuur dient te blijven, gelijk met zijnen natuurlijken en billijken invloed op de samenstelling en het commando van de gemeentelijke burgermacht.

Derhalve zal ik als amendement onderwerpen — hoe vele er ook reeds zijn voorgedragen, acht ik mij evenwel verplicht het getal no<r met een te vermeerderen, — om het woord na voor hetgeen er altijd stond in te doen wijken.

Wat ik nog te zeggen heb, bestaat voor het oogenblik in eene vraag aan de Regeering. Zij betreft het geheele laatste gedeelte van het artikel, dat het ontslag aangaat.

De eerste alinea van het artikel zegt: „De officieren worden door Ons benoemd en ontslagen." Doch later lezen wij dat „het ontslag wordt verleend op verzoek", en op de andere gronden, daar vermeld.

Ik ga thans voorbij, dat wanneer er staat: „het ontslag wordt verleend op verzoek" dat, vooral in verband met hetgeen volgt, beteekent, dat het ontslag niet dan op verzoek kan, en op verzoek moet verleend worden.

Dit echter daargelaten vraag ik: of de Regeering het niet bedenkelijk vindt, dat aldus de vrijheid van den Koning om te ontslaan beperkt worde. Volgens de wijziging toch van Regeeringswege voorgesteld, kan de Koning niet ontslaan dan op grond van de eene of andere der in liet artikel omschreven redenen. Zoo eene of andere dier redenen krenkend is voor den persoon die ontslagen wordt, is het zelfs in diens belang raadzaam, tot opgave der reden te verplichten?

Mij dunkt, de vrijheid van het Gouvernement om te ontslaan moet onbeperkt wezen. Ik zie inderdaad niet dat daarvan eenig misbruik te vreezen is. Veeleer van eene volkomen vrijheid om te benoemen; en dat er, zoo mogelijk, waarborgen gesteld worden om goede benoemingen te verzekeren, zal ik gaarne zien. Maar voor te schrijven, dat de Koning niet anders ontslaan kan dan op bepaalde gronden of in bepaalde gevallen, waarvan de meeste daarenboven van zelf door ontslag moeten gevolgd worden, schijnt mij volstrekt onnoodig en ongeraden.

Ik vetzoek dus de Regeering, nog eens in overweging te nemen of het niet beter ware, alle bepalingen, welke de voorwaarden van ontslag behelzen, uit het artikel weg te laten. Ik doe de vraag, en wacht het antwoord af, alvorens een amendement in den treest der vraag voor te stellen.

O O

De minister hield aan zijne laatste voordracht vast.

Het amendement, dat ik de eer had te onderwerpen, strekt om in de derde alinea „in overleg met burgemeester en wethouders opgemaakt" te herstellen, zooals dat ook nog iu de voorlaatste

Sluiten