Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l)e minister verklaarde, „met eenige bevreemding" deze vraag door den heer Th. te hooren stellen; de bepaling kwam evenzoo voor in het ontwerp, door dien spreker zelf ingediend.

Een woord nog. De bevreemding van den Minister zal, dunkt rag, ophouden, wanneer hg zich het onderscheid tusschen de vroegere voordracht en hetgeen thans aangenomen werd duidelijk voorstelt.

Thans heeft men een stelsel van financieele centralisatie aangenomen. Hetgeen van de gemeenten gevorderd wordt is inderdaad niet meer dan bijdrage tot de kosten, die gedragen worden dooiden Staat.

Liet men daarentegen, zooals eene vroegere voordracht deed, de plaatselijke schutterij voor rekening harer gemeente, en kwam het Rijk slechts aan de gemeente, die onvermogend ware, tegemoet, dan kon men zich, ook voor de schutters, houden aan de stelling der wet van 1827: hij, die kan, schaffe zich zelf de uniform aan. Doch bij omkeering der financieele betrekking tusschen gemeente en Rijk werd het, dunkt mij, eene andere vraag.

27 Mei. Artikel 117 bracht de kosten van schietbanen ten laste van de gemeenten. Alleen indien eene bepaalde gemeente te zwaar er door zoude worden gedrukt, kon een bijdrage uit 's rijks kas worden verleend.

Amendement van den heer Fokker, alle kosten van inrichting over te brengen op het rijk; de onderhoudskosten zouden blijven ten laste der gemeenten.

De heer van Nispen van Sevenaer liet doorschemeren, bij verwerping van het amendement, tegen de wet te zullen stemmen.

Ik durf niet voorspellen welke uitwerking het dreigement, dat wij zooeven hoorden, op de Regeering zal hebben.

Wat mij betreft, ik behoor niet, tot de gemeente-advokaten, die steeds trachten op de schatkist af te schuiven. Mijns inziens is het ware beginsel hetgeen door te Regeering in de 3de alinea van het gewijzigd artikel nedergelegd is; een beginsel dat ten aanzien van alle kosten moest vastgehouden zijn.

Moet, omdat de kosten van schietbanen aan sommige gemeenten te zwaar kunnen vallen, de uitgaaf voor alle gemeenten op het Rijk worden gelegd? Mij dunkt dat alleen met hetgeen het artikel wil, hulpverleening in geval van onvermogen, gelijke behandeling der gemeenten naar ieders krachten samengaat.

Ik kan dus het amendement niet ondersteunen.

De kamer, merkte de heer Fokker op, had in beginsel reeds beslist, dat de kosten der schutterij niet zouden worden gedragen door de gemeenten.

Behoort men evenzeer aan eene vermogende gemeente te schenken hetgeen zij wel betalen kan, als eene onvermogende gemeente te hulp te komen?

Sluiten